Lucia Smit 

Eenheid van het leven.

 


De Zwarte Opaal:   

Het is al in de namiddag als Famke haar landgoed op rijdt. Het metalen hek wordt open gemaakt door twee mannen die half raaf zijn. Famke vindt het heerlijk om weer eens haar landgoed te bezoeken. Haar park staat er weelderig bij. Ze rijdt op de lange oprijlaan en ziet dat de grasvelden keurig gemaaid zijn. Langs de weg loopt een bosbeekje met kristalhelder water. De auto zoeft over het asfalt naar het midden van het park. Het landhuis staat er nog prachtig bij. In de deuropening staat een lakei netjes in uniform. Zijn snavel valt een beetje uit de toon bij zijn verschijning. Ook steken er veren uit zijn mouwen. De man begroet haar in vogel taal. Luid kraaiend komt de rest van het personeel haar begroeten. Famke woont in een klein gedeelte van het grote huis. Via de brede trap loopt ze naar haar vertrekken die aan het dak grenzen. Daar heeft ze een prachtig terras wat een geweldig uitzicht heeft over de gehele omgeving. De schemering valt al in als Famke haar kaarsen aansteekt. De kristallen kroonluchter vonkelt tegen de muren en het plafond. Op het dakterras heeft zich een grote groep raven verzameld. Het is een erge warme dag geweest. Famke zou graag een duik willen maken in de vijver die aan het landhuis vast zit. De witte waterlelies bedekken bijna het hele wateroppervlak. De Nymphaea Aurora is prachtig oranje van kleur. De bloemen geven een zoete geur af. Famke rent de trap af en gaat via de grote ontvangstzaal naar buiten. Ze laat zich zachtjes in het water glijden en zwemt tussen het weelderige groen. Op de oever verzamelen zich miljoenen kevers die een zacht licht geven. Famke zwemt naar de oever en begroet de vele insecten. De kevers klimmen op haar lichaam en dragen een ovale zwarte steen. De edelsteen is zwart en glinstert in het maanlicht. De kevers leggen de steen zachtjes neer. De steen plakt onmiddellijk vast op Famke haar huid. Als Famke weer in haar eigen vertrek is bekijkt ze de steen aandachtig. Het is een zwarte opaal van uitzonderlijke kwaliteit. Tijdens het diner in de sierlijke eetzaal kunnen de raafmannen hun ogen niet afhouden van de glinsterende opaal. De steen straalt zoveel energie uit dat de huid van Famke zachtroze wordt. Als ze na het eten ligt uit te rusten. In de verte hoort ze raven schreeuwen er is iemand bij het hek. Iemand heeft het landgoed betreden zonder toestemming. De vreemde man bij het hek van het landhuis stelt zich voor als koopman van bloesem elixers. Hij belooft de mannen dat hij ze kan ontdoen van hun snavel en veren. De raven zijn door het dolle heen. Bij zich draagt hij een houten koffer met een grote leren riem. Uit de koffer pakt hij twee kleine druppelflesjes en geeft deze aan de mannen. De snavel en de veren zijn verdwenen. Opeens zijn alle raven op het landgoed muis stil. Famke luistert maar hoort geen raaf meer praten. Zonder problemen wordt het hek van het landgoed voor de koopman open gemaakt. De koopman is een magiër en een oude vriend van Famke. Hij wil haar verassen met een bezoekje. Alle raven willen een flesje maar dat krijgen ze niet. De raven hebben de aanval geopend op de vreemde koopman die over het landgoed loopt. Ze willen flesjes afdwingen, rennend voor de aanvallende vogels komt hij geheel buiten adem bij de voordeur van het landhuis. De lakei opent de zware deur en vraagt wat de koopman komt doen. Hij opent zijn houten koffer die vol zit met kleine druppelflesjes. Hij zegt: “ik ben dokter en verkoop bloemen elixers. De lakei lacht en zegt: “heb je ook een elixer die mij verlost van mijn snavel”. Natuurlijk heb ik die als je zo vriendelijk zou willen zijn om mij binnen te laten. De lakei stemt toe en pakt het flesje hebberig aan. De magiër neemt zelf ook een flesje uit zijn koffer en drinkt deze leeg. Hij verzamelt alle moed om bij Famke te kunnen komen. Zijn drang om Famke haar toverkracht te ontnemen groeit bij de magiër. De vijver met waterlelies plukt hij leeg voor zijn bloesemelixers. De prachtige vijver ligt er dood bij. Hij is vast besloten om Famke te vinden. Boven in haar vertrek kijkt Famke naar haar leeggeplunderde vijver. Kwaadheid borrelt in haar op. Als de Magiër haar vertrek in komt staat hem een onaangename ontmoeting te wachten. Cecil wacht hem op. De beste vriendin van Famke weet wel raad met deze tovenaar. De half spin half vrouw heeft een mooie plaats gekozen bij de ingang van het vertrek. De magiër weet niet wat hem overkomt de plakkerige draden van de spin zijn zwaar verdovend.  Als hij hulpeloos in het web hangt zuigt Famke zijn levensenergie op. Haar toverkracht groeit naar een ongelofelijke hoogte.