Lucia Smit 

Eenheid van het leven.


De Gele Keizer:

Heel lang geleden leefde in China een jonge keizer, die alles bezat wat hij wilde. Er was slechts één ding dat hem dwars zat, hij wilde eeuwig jong blijven. Aan het hof werden tovenaars en heksen uitgenodigd, de keizer had namelijk hulp nodig om een verjongingsmiddel te maken. Midden in het grote paleis was een grote binnentuin waar alle experimenten plaats vonden. De keizer kwam regelmatig kijken of er vooruitgang werd geboekt. Hij liep dan door zijn weelderige rozentuin naar zijn vijver en voerde zijn twaalf Koi karpers. Langs de vijver was een klein theehuisje, daar dronk de keizer elke dag zijn groene thee. Het huisje was beschilderd met Chinese kraanvogels. De keizer was dol op de wandschilderingen. De vogels stonden symbool voor een heel lang leven. Iets waar de keizer elke dag diep over nadacht. Als zijn thee op was dan stond zijn personeel al klaar met zijn Chinese parasol van zuiver gele zijde. Zonlicht mocht zijn huid niet raken. De angst dat zijn huid zou verouderen was voor hem ondragelijk. De jonge keizer werd door zijn volk vereerd als een god. Als hij langsliep bleef iedereen maar buigen of knielde neer. De tuin stond bekend als een magische plek waar vreemde uitvindingen werden gedaan. Regelmatig zat in de tuin een hele grote Komodo draak. Een levensgevaarlijk dier die zich regelmatig vergreep aan het personeel van het paleis. Uit zijn bek dropen lange draden van giftig slijm. De keizer was geheel niet bang van het dier regelmatig gaf hij zijn draak een aai over zijn kop. De keizer was altijd geheel gekleed in het geel. In elke ruimte van zijn paleis stonden antieke gele meubels Niemand in het paleis mocht de kleur geel dragen of gebruiken. Deed iemand dat wel dan werd diegene gedood en aan de draak gevoerd. Alles rond de keizer bestond uit een gele kleur. Zijn kleding, alle spullen in zijn kamer waren ook allemaal geel. De kleur geel hielp de keizer bij zijn dromen en visioenen, hij ging regelmatig de natuur in op zoek naar stilte. Vlak bij het paleis was een grote berg keten. De keizer zat in de lotushouding op de rug van de Komodo draak en liet zich regelmatig diep de bergen in dragen. Op de bergen groeide uitgestrekte bamboebossen. De zon was warm en verdampte de laatste ochtend dauw. Midden in het bamboebos stond een oude hut. In de hut was een soort houten doos met stro. De keizer ging in de bak zitten en bewoog zich niet meer. Hij zat dagen achtereen stil zonder zich te bewegen. Zonder te eten en te drinken. Zelfs zijn ademhaling werd steeds oppervlakkiger. Op een avond begon het heel hard te waaien in het bos. Het was volle maan, de keizer ontwaakte uit zijn diepe meditatie en hoorde het bamboebos zingen. De keizer riep zijn draak en ging verder het bos in. Alle dieren in het bos liepen achter de keizer aan en werden vervolgens een prooi voor de grote Komodo draak. Aan het einde van de stoet dieren liep een prachtige witte tijger. De draak probeerde haar te bijten, de tijger verweerde zich moedig. Het was die nacht volle maan en de prachtige witte tijger veranderde in een beeldschone vrouw. De keizer was opslag verliefd op haar. De keizer verbleef maanden in het bamboebos met de witte tijger aan zijn zijde. De Komodo draak moest zich neerleggen bij de wil van de keizer. Ze werden noodgedwongen vrienden van elkaar. Toen het weer volle maan werd trouwde de keizer met de beeldschone jonge vrouw. Het huwelijk werd voltrokken in het Miao-Joean Tao-Kwan klooster midden in de bergketen. De ceremonie was simpel, de keizer was gekleed als een monnik en gewikkeld in een geel zijde gewaad. Door de magische kracht van de tijger kon de keizer zijn onsterfelijkheidelixer maken. De heksen hadden de jonge vrouw van haar levensenergie beroofd om het elixer te kunnen verkrijgen. De keizer kreeg het elixer toegediend en voelde zich weer jong en sterk. De witte tijger werd heel erg zwak en ziek. Het arme dier stierf met ondragelijke pijnen. De keizer was ongelofelijk verdrietig en wilde ook niet meer verder leven. Echter zou hij nog duizend jaar verder moeten. Het is nu 2020 en de tijd dringt de duizend jaar is bijna om. De keizer is door de jaren heen van mening veranderd, hij wil weer jong worden. Hij moet dringend iemand vinden die een elixer voor hem kan maken.

 

Op de deurmat van Famke de heks valt een gele brief met een koninklijk stempel. Hij valt op tussen de andere post. Als Famke het verzoek leest om een elixer te gaan maken, moet ze in haar agenda kijken of ze daar nog wel tijd voor heeft. Ze loopt naar haar werkkamer in de bovenste toren. Met een wenteltrap loopt ze naar boven. De kamer is gevuld met flesjes en kruiden. Ze gaat in haar fauteuil zitten en denkt diep na. Van de plank pakt ze een pot maceraat. Dit zijn geweekte kruiden in alcohol. In de pot zit citroenmelisse, lavendel, patchouli, olibnum en mirre. Zonder dat ze iets doet, ontsteekt zich een vuur onder haar kookpot. Famke gooit de pot leeg en begint in de kookpot te roeren. Als het mengsel ingekookt is voegt ze er hagedissenbloed aan toe en een zeldzaam soort mintgroen kristal. Dan heeft ze nog een poeder dat het kristal laat bruisen in de kookpot. Dit poeder is het belangrijkste ingrediënt voor het elixer. Famke noemt het elfenpoeder, gemaakt van de huid van een elf.  Er komt een dikke witte wolk uit het mengsel. De steen draait in het rond en lost langzaam op. Het elixer is klaar en ze vult een flesje. In de kasteeltuin staat haar nieuwste uitvinding. Een klein vliegtuigje in de vorm van een vlieg. De ramen van het vliegtuigje zien eruit als de ogen van een vlieg. Het zijn facet ramen die veel meer waarnemen dan een gewoon raam. Ze start de motor en vliegt sneller dan het geluid naar China. Famke land op een afgelegen plek in een industriegebied. Het stinkt vreselijk in de stad. Het is laat in de namiddag als Famke de verboden stad binnen loopt. In de verte ziet ze het koninklijk paleis. Als ze het grote plein is overgestoken ziet ze een grote deur. In de deuropening verschijnt een stralend geel licht. Langzaam neemt het licht de vorm aan van de keizer. Het schijnsel is onregelmatig en zwak. De keizer fluistert zacht " wat de prijs is voor het elixer". Famke zegt: "ik wil u Komodo draak". De keizer heeft weinig keus en stemt toe. Na het innemen van het elixer wordt de keizer herboren. Hij is weer een jonge man, de wereld om zich heen is vreselijk veranderd. De verboden stad is een museum. De keizer kan daar niet langer blijven wonen. Zijn geliefde bossen zijn dicht gebouwd met wolkenkrabbers en grote fabrieken. De keizer heeft spijt dat hij besloten heeft om toch weer duizend jaar te blijven leven. Hij is vast beraden om China te veranderen. Zijn geliefde bossen zullen weer verreizen uit de as. Boven de stad hangt een dikke smog laag. De keizer moet noodgedwongen een mondkapje dragen. Zijn gele energie drijft over de stad het draagt de dood met zich mee.

Wat vind je van de Gele Keizer?

  Super leuk.   Wel aardig.   Niet leuk.

Wat is je leeftijd?

  Jonger dan 20 jaar.   van 20 jaar tot 60 jaar.   60 jaar of ouder.