Lucia Smit 

Eenheid van het leven.

.  

Het Fotoboek

Sientje loopt door haar dijkhuisje ze ziet slecht en botst met haar rollator tegen haar theekastje. Ze hoort Eva niet binnen komen en schrikt. Eva zegt vriendelijk goedemorgen mevrouw ik kom u helpen met wassen en aankleden. Sientje heeft haar vaste ochtendritueel. Eva neemt rustig de tijd en zet een lekker kopje koffie voor haar. Sientje drinkt altijd koffie op haar lege maag. Het zou goed zijn voor de stoelgang. Eva ziet op de salontafel een heel oud fotoboek liggen. Eva zegt: ‘wat een mooi fotoboek heeft u daar liggen. Samen bladeren ze door het boekje. Sientje zegt:’ ik wist niet dat ik dit nog had’. De herinneringen aan vroeger komen weer naar boven. Op een foto staat Hilda haar Weense vriendin. Zij zelf is ook nog jong. Sientje zegt: ‘wat ben ik hier nog jong’. Sientje wijst op een zeilboot met daarin allemaal vriendinnen. Treurig zegt ze: ‘ze zijn allemaal al overleden’. Ze wijst naar een meisje met zwart lang gekruld haar. Met dit meisje ben ik op vakantie geweest naar Ameland. Haar vader was directeur bij de Aegon. We gingen met mijn zeilboot naar het eiland. Zo zegt Eva: ‘had u een eigen zeilboot’. Ja, zegt Sientje trots. Die had ik samen gekocht met Hilda. Sientje zegt: ‘mijn jeugd was geweldig’. We gingen die zomer varen naar Ameland. De mooiste tocht uit mijn leven. Vanuit Leeuwarden vaarden we naar Lauwersoog. Een prachtige tocht met veel vogels en een overweldigende natuur. We gingen op weg vanuit Lauwersoog naar Ameland. Het stuk zee was onstuimig we moesten al onze zeilen bijzetten om niet om te slaan. De groep vriendinnen kwam ongedeerd aan bij de jachthaven t’ Leijegat. Vanuit daar gingen ze naar het zomerhuis van Margreet. Met Margreet had Sientje op het gymnasium gezeten. Margreet had geen typisch fries uiterlijk. Haar voorouders kwamen uit Frankrijk. Ze had daarom een oosters tintje. Margreet had grote ambities. Ze wou een tijdje in Indonesië gaan wonen. Het zomerhuis was van hout en had een rieten dak. Aan de veranda hingen windgongen die danste op de wind. De meisjes vonden het heerlijk in het zomerhuis. Elke dag gingen ze naar het strand. Ameland was in 1946 nog helemaal niet toeristisch. De meisjes hadden het hele strand voor zichzelf. Margreet verkleden zich graag als Javaanse danseres en danste over het strand. Sientje droeg de jurken van haar moeder. Margreet trok met haar dansen en aparte kleding, de aandacht van alle jongens op het eiland. Het zomerhuis zat elke dag vol met jongelui. Sientje denkt met weemoed terug aan haar jeugd. Haar gerimpelde handen raken de foto’s aan. En ze bladert verder in haar boekje. Dan ziet Eva een foto van Sientje op een boot. Ze vraagt: ‘ging u naar het buitenland hier’. Sientje weet het niet meer. Dan vraagt Eva: ‘wie is die man die u zo lief vasthoudt’. Dat is een collega zegt Sientje. O, zegt Eva. Had u met hem een relatie. Nee, zegt Sientje:’. Hij viel op mannen’. Ze zegt: ‘hoe noem je dat ook alweer’. Eva zegt: ‘u bedoelt dat hij homo was’. Ja, dat bedoel ik” hij was homo”. Ze kijkt Eva met haar pretoogjes aan. Hij woonde bij mij in de straat. We fietste elke dag met elkaar naar kantoor. Dan wijst ze naar een foto en zegt:’ deze man was onze leidinggevende’. Sientje staat omringt met allemaal mannen op de foto. Ze werkte alleen met mannen. Voor die tijd best wel uniek, dan vertelt ze verder. Met haar vinger wijst ze naar de foto en zegt deze man was zo aardig. Sientje heeft alleen maar goede herinneringen aan haar tijd op het kantoor. Dan wijst ze naar een foto met een winkel op de achtergrond. Voor de twinkel staan een rijtje vrouwen. Ze vertelt:’ deze vrouwen waren bij mij in dienst’. Boven het winkelraam staat in grote letters. “Stoppage”. Eva gaat even verder met haar werkzaamheden. Ze zegt: ‘ik kom straks bij u terug’. Dan gaan we lekker ontbijten. Hier heeft u een mooi gedichtenboekje. Sientje lacht en kijkt in het boekje. Tijdens het ontbijt gaat ze even bij Sientje zitten. Uit het niets begint Sientje te praten over Ameland. Ze wil dat Eva op haar zolder een kist openmaakt en daar kleren uithaalt die ze gedragen heeft toen ze jong was. Eva loopt via een smalle trap naar de kleine zolder. Er is weinig verlichting op de zolder en Eva begint te zoeken, er staan overal vitrine kasten met oude poppen. De zolder is een klein museum. Sientje heeft al haar spulletjes bewaard zelfs nog speelgoed uit haar kindertijd. Eva vergaapt zich aan het poppenhuis, die in de hoek van de zolder staat. Ook vindt ze de eerste borduurwerkjes van Sientje. De hele inboedel van haar winkel staat ook allemaal uitgestald. Kasten vol met kant en oude naaimachines. Eva heeft de kist gevonden, er staan nog stempels op van de landen waar ze geweest is. Als Eva de kist open doet liggen daar oude prenten en een stapel met oude prachtige galajurken in de Charleston stijl, Eva vindt het allemaal prachtig ze is zwaar onder de indruk van de paspoppen die tegen de muur van de zolder staan. Ze neemt de stapel prenten en de galajurken mee naar beneden. Sientje zit nog steeds aan de eettafel. Sientje lacht haar pretoogjes glinsteren bij het zien van de jurken. Ze zegt: 'deze jurken zijn van mijn moeder geweest'. Op Ameland deden we deze jurken aan om indruk te maken. Dan zegt Sientje tegen Eva zoek maar uit op zolder wat je wilt hebben. Eva zegt dat ze het poppenhuis erg graag zou willen hebben. Eva verlaat het dijkhuisje op een roze wolk met het prachtige poppenhuis.