Lucia Smit 

Eenheid van het leven.

Het Heksenbal:

Op een klein eiland met een oude vuurtoren zit Famke voor zich uit te staren over de zee. Het is hartje winter en er is niemand anders op het eiland aanwezig, alleen grote groepen brutale meeuwen die loeren naar Famke. Ze vallen haar aan als ze over het kale eiland loopt. Famke doodt ze met een elektrische stoot die uit haar vingertoppen opborrelt als ze boos wordt. De vogels hebben scherpe snavels die diep in haar huid boren. Elke dag wordt ze aangevallen en dan uit pure angst en kwaadheid doodt ze de vogels en eet ze vervolgens op. Ze smaken naar kip en zijn best lekker als ze gekookt zijn in haar kookpot.  Famke eet het vlees met zeewier wat ze van de rotswanden afschuurt. Het zeewier gebruikt ze ook om vuur te maken. Het overleven op het eiland valt niet mee, er is veel sneeuw en het is steenkoud. Het is december en bijna kerst. Famke heeft de vuurtoren gereed gemaakt en versierd met slierten groen licht. Die nacht arriveren de eerste gasten. Een kleine groep heksen landt met hun bezem op de landingsbaan van het eiland. Hard schaterend van het lachen lopen ze naar de vuurtoren. Vol bewondering kijken ze naar de versiering rond de toren. Het spookachtige groene schijnsel draagt ver over de zee. De grote eikenhouten deur opent zich langzaam. De heksen lopen hard lachend naar binnen. De vloeren onder hun voeten kraken en de muren lijken langzaam heen en weer te bewegen net als op een oud schip. Boven in de toren is een kleine zaal met middenin de lampen van de vuurtoren. De ruimte is versierd met slierten gekleurd licht die zo erg schitteren dat het pijn doet in de ogen. De heksen zetten hun zonnebrillen op en genieten van het spektakel. Famke tuurt over de zee. Ze verwacht elk moment de koning van de zee. Hij wordt aangetrokken door de schittering van het licht. De heksen gaan zich opmaken voor het bal. Hun lelijke uiterlijk verbloemen ze door toverspreuken. Nog meer heksen landen op de kleine landingsbaan. Het is al gauw druk en het weer slaat buiten om in storm. Over de golven razen voertuigen met zeepaarden. In één van de wagens zit de koning, hij is een super enge verschijning. Met zijn hofhouding nadert hij het eiland. De koning klautert het eiland op. Hij heeft poten met scherpe klauwen die veel weg hebben van een dinosaurus en tussen zijn poten hangt een lange vissenstaart. Zijn gevolg volgt hem met een wagen vol geschenken. De koning betreedt de vuurtoren met verbluffende snelheid. Alle heksen zijn in een opperbeste stemming. Het bal is al gauw een spetterend feest. De cadeaus en de zelfgemaakte drank die gemaakt is van bessen van de hulst vindt iedereen superlekker. De drank is vermengd met een krachtige toverspreuk. Hierdoor zien de mannen de heksen aan voor prachtige vrouwen. De betovering doet zijn werk en de mannen van de hofhouding worden op slag verliefd. Famke drinkt ook van de drank en is bedwelmd. Ze vergeet tijdens het dansen hoe de koning eruitziet en laat zich betoveren door zijn kracht en beheersing over de zee. Samen maken ze een wilde tocht in zijn koets die wordt voortgetrokken door vier zeepaarden. De beesten hebben een magische uitstraling. Hun huid is blauw met vlekken die meer naar paars toegaan. De heksen die in de vuurtoren zitten, hebben een meerman uitgekozen om mee te nemen naar huis. Het feest is afgelopen en de heksen toveren de meermannen om in zwarte katers. De heksen verdwijnen net zo snel als ze gekomen zijn. De arme katten hebben de grootste moeite om zich vast te houden aan de bezemstelen, Sommige springen op de rug van de heks uit pure angst. Famke ziet vanuit de koets dat de vuurtoren steeds kleiner wordt. De storm is nog steeds heftig en de wilde rit in de koets eindigt op Rhodos. Het klimaat op het eiland is warm en aangenaam. Samen met de koning en een kleine groep die is overgebleven van de hofhouding rijden ze over onverharde wegen door bossen van pijnbomen en dennen. Als ze het einde van de weg naderen ziet Famke een romeinse villa. Op de grond liggen mozaïeken van kleine stenen. Tot haar grote verbazing ziet ze zichzelf afgebeeld op de kunststukken. Op de gevel staat een vreemd woord “T p i t w v”. Als Famke uit de koets stapt, neemt de koning afscheid van haar. Ze denkt dat ze alleen is in de villa en loopt door de vele vertrekken. Tot ze een kamer vindt die de juiste energie uitstraalt. De kamer grenst aan de uitgestrekte tuin die vol staat met rozen. Al gauw heeft ze haar draai gevonden in de villa. Ze verzamelt rozenblaadjes en rozenbottels. Deze droogt ze op de mozaïekvloer. In de keuken vindt ze een grote pan. Famke improviseert en maakt er een heksenketel van. Ze plaatst de pot midden in de tuin tussen drie grote stokken. Die nacht zal het volle maan zijn. Ze bereidt een maanthee voor van gedroogde rozenblaadjes, hartgespan (leeuwenstaart), vrouwenmantel, kamille en ei. De kookpot vult ze met zuiver bronwater. De thee geurt door de tuin. Het begint al donker te worden als Famke een grote tafel dekt. De tafel wordt verlicht door slierten van geeloranje licht. Famke zet de theepot neer met kopjes en schotels. Al gauw komt de tuin tot leven en uit alle hoeken van de tuin komen Saters die muziek maken op hun fluiten. Met hun behendige lichamen springen ze als jonge bokken om Famke heen. Famke schenkt de geurige thee in. De Saters drinken van de thee, dit maakt ze rustig en ontspannen. Ze genieten van de vol gedekte tafel met zoete cake, slagroom, aardbeien, rozenkoekjes en rozenbottelsiroop. Dan verschijnt in de tuin een Cryptiden. Hij is half mens en half hagedis en wordt omhuld met lichtgroen licht. Met grote behendigheid danst hij op de muziek. De maan is helderwit en schijnt over de rozen in de tuin. Dan verschijnt er een jonge vrouw achter één van de rozenstruiken. Ze lijkt te zweven over de grond. Famke ziet voeten noch benen. De vrouw zegt: ‘Ik ben Cecile. Ik word ook wel de spinster genoemd. Deze villa is van mij. Je zult één jaar en één dag bij mij in dienst zijn. Ik zal je de kracht van hout bijbrengen. Bij hout begint alles, dat is de basis van al het leven op de aarde. Het is het symbool van de geboorte.’ Famke kijkt de jonge vrouw verwonderd aan. De vrouw lijkt helemaal niet op een heks. Dat komt doordat Famke niet kan zien waar haar onderlichaam uit bestaat. De heks heeft hele dunne benen die het meest weg hebben van een spin. Langzaam nadert ze Famke en vraagt of ze mee wil gaan naar het centrum van de botanische tuin. Ze verlaten de rozentuin en komen in een bos van oude pijnbomen. Ze lopen langs struiken met kleurige paarse bessen. In het midden van de tuin naderen ze een open plek die dicht begroeid is met wilde rozemarijn. De struiken verspreiden een heerlijke zoete lucht. Dan naderen ze een oeroude boom. De boom is hol en Famke betreedt het domein van Cecile. De binnenkant van de boom is bedekt met kleverige draden. Famke beseft dat ze in een dodelijke val is gelopen. Als ze naar boven kijkt zit Cecile midden in een groot web. Ze heeft haar kleding niet meer aan. De vrouw is van de onderkant een volwassen spin. Cecile zegt met zachte stem: ”Wil jij in de villa wierook gaan maken?’ Dat vindt Famke niet erg om te doen. Ze krijgt urenlang les over de helende werking van houtsoorten en dan vooral het hars van de planten. De kruiden die ze kan toevoegen en de geneeskrachtige werking. De lessen gaan ook over heilige bomen. De wilg is een sterke boom met buigzame takken waar Famke een staf van moet maken. In het bos zoekt ze naar een tak van de wilg en bewerkt deze met een krachtige toverspreuk. Uit het niets vormt zich een gouden lichtstreng. Het wikkelt zich om de tak en verandert in een gouden metalen slang. Bovenop de staf smelt Famke een kristal uit de Zilverberg. De steen wordt door haar toverkracht één met de staf. Dan klopt ze met de staf op de grond. De grond begint te vibreren en te gloeien. Famke is super trots dat ze de opdracht zo goed heeft uitgevoerd. De heks wil dat Famke na het maken van de wierook de Meidoorn in het bos gaat versieren met linten. Cecile vertelt dat de boom drie gezichten heeft en dat deze tevoorschijn komen bij volle maan. De meidoorn zal de vorm aannemen van de opperheks.  Famke belooft dat ze de opdrachten gaat uitvoeren. Cecile vraagt of ze later in de week een ceremonie wil voorbereiden onder een oude eik in het bos. Famke onderdrukt haar angst als ze uit de holle boom naar buiten loopt. Met grote moeite weet ze buiten bereik te blijven van de kleverige draden. Op de terugweg naar de villa verzamelt ze wilde rozemarijn, jeneverbessen en sparrennaalden. Naast de bomen groeien kleine gele paddenstoelen. Die neemt ze ook mee. Ze krijgt hulp van grote groepen mieren, die dragen alles wat Famke op de grond legt. Uit haar jas pakt ze een zakmes en een drinkflesje. Ze maakt een inkerving in de takken van de jeneverstruiken. Daaruit druipt al gauw een kleverige vloeistof.  Dan nadert ze de rozentuin en begint met het plukken van de rozenblaadjes. Als ze bij haar kookpot komt, ligt er een grote berg met bestanddelen voor het maken van haar wierook. Famke heeft nog genoeg gedroogde rozenblaadjes. Die maakt ze met haar stenen vijzel fijn. Dan pakt ze uit de villa een grote marmeren schaal, daar verspreidt ze de hars op en zet de schaal in laagje water in haar kookpot. De hars wordt warm en wordt weer vloeibaar. Famke wast de rozemarijn, jeneverbessen, naalden en paddenstoelen en legt alles netjes te drogen op witte katoenen doeken in de zon. Als alle kruiden gedroogd zijn, stampt ze deze heel fijn in haar vijzel en voegt deze toe aan de vloeibare hars. Het mengsel schenkt ze uit in kleine aardewerken schaaltjes. De schaaltjes zijn versierd met kleurige bloemen en planten en geven de tafel een prachtige uitstraling. De grote versierde tafel staat onder een eeuwenoude eik in het bos. Alles is klaar voor de heksenavond. Famke maakt van bramen een geurige drank en er staan allerlei zoete lekkernijen om de heksen te verleiden om te eten. Als de schemer invalt, doezelt Famke in slaap. Rond haar lichaam vormen zich strengen van licht. Het bos maakt zich op voor de ceremonie van de heksen en de Vlier (boomsoort) kruipt langzaam naar de tafel. Als ze wakker wordt, is alles begroeid. Dan uit het niets veranderen de planten in heksen. Miljoenen vuurvliegjes zwermen om Famke heen. De tafel is geheel verlicht en ze steekt de wierook aan. De lucht wordt gehuld in een dikke bedwelmende rook. De heksen genieten van de rook. De giftige paddenstoelen geeft ze extra veel energie. De ceremonie is begonnen. Spontaan begint de eik sappen uit te scheiden. Het lijkt of de boom begint te huilen. Vele flesjes worden gevuld met het kostbare sap. De heksen genieten van het verdriet van de boom en schateren van het lachen. De arme boom blijft maar huilen. Hij heeft zwaar te lijden, maar de heksen tonen geen enkele emotie. Ze drinken de geurige maanthee die Famke gemaakt heeft. Van de Hazelaar die ook in het bos staat, heeft Famke de noten gebruikt voor haar gebakjes. De noten heeft ze heel fijn gemaakt en in een vormpje gedrukt. Daarop heeft ze een zachte crème laag van karamel gemaakt. Het geheel heeft ze tussen ijs laten stijf worden. Op mooie versierde schoteltjes heeft ze het gebakje uit de vorm gehaald en de buitenkant van het gebakje versierd met rozenblaadjes en blaadjes munt. De heksen kunnen geen weerstand bieden tegen deze lekkernij. Doordat ze zoveel eten en drinken, worden ze slaperig en gaan met hun rug tegen de eikenboom liggen. Als ze in slaap vallen, veranderen ze weer in vlieren. Famke hoort in de verte een diep gegrom. Dan verschijnt er een hele boze bosgeest. De pijn van de eik heeft hem wakker gemaakt. De rillingen lopen Famke over haar rug. De dreigende stem komt steeds dichterbij. Famke heeft een magische cirkel gemaakt van takken en stenen. De geest is gehuld in groene slierten die Famke grijpen bij haar benen ze valt op de grond en de groene slierten kruipen over haar heen. Haar benen worden in de grond gezogen. Famke pakt uit haar jaszak een flesje ze druppelt een paar druppels geelwortel vermengd met zout water richting de boze bosgeest. De groene slierten trekken zich terug en Famke is bevrijd. Ze loopt rustig terug naar de villa al haar energie heeft ze verspeeld met deze opdracht zwaar vermoeid gaat ze in haar bed liggen. Ze slaapt bijna onmiddellijk in. Midden in de nacht lijkt het of ze wakker wordt gemaakt. Het is een heldere nacht en de sterren glinsteren Famke pakt haar bezem en vliegt door de lucht over de uitgestrekte bossen. Ze vliegt over de boom van Cecile alles ligt er rustig bij. Als ze verder wil vliegen hapert haar bezem. Als ze naar achteren kijkt ziet ze dat er kleverige draden om haar bezem zijn geslagen. Langzaam verliest ze hoogte ze wordt naar de holle boom getrokken. Instinctief verschijnen haar vleugels en ze vliegt met een noodgang terug naar de villa. Als ze landt staat voor haar Cecile ze is in zilver zijde gekleed. Haar rode haar wappert in de wind met zachte stem zegt ze: ‘Ik wil dat je mijn benen verzorgd met verkoelende zalven. Mijn acht spinnen benen zitten vol met lange haren die moeten met hars verwijderd worden. Famke zegt: ‘ik ga de Spinnen kamer gereedmaken’. Geeft u mij de tijd om me voor te bereiden ik zal voor u goede hars maken en verschillende verkoelende zalven gaan voorbereiden. Cecile trekt zich terug en zegt: ‘ik kom aan het eind van deze maand terug voor een uitgebreide behandeling. De ochtend breekt aan en Famke begint meteen met de voorbereiding van haar spinnen kamer. Cecile moet zich in de ruimte op haar gemak voelen. Famke versierd de ruimte met rozen die ze aan kleverige draden bevestigd. Ze melkt haar reuzen mieren en maakt daar een krachtige alcoholische drank van. De buiken van haar mieren zitten gevuld met een zoete vloeistof die ze eruit zuigt. In haar kookpot vermengt ze de vloeistof met spinnen speeksel en laat het drie weken gisten. Famke trekt de bossen in om hars te verzamelen ze klimt tegen rotsachtige hellingen en vindt al gauw een Mastiek boom. Ze maakt een inkerving in de stam en laat het hars naar beneden stromen. Ze vangt het op in een klein zinken emmertje al gauw is de hars hard geworden. Met een mes maakt ze de hars in kleine stukjes en doet het in een klein jute zakje wat ze afsluit met een koordje. Famke doet in haar zoektocht een plantage aan. De boer is jaren geleden overgegaan op het kweken van Mirre daar verdient hij meer mee dan met zijn geiten. De boer is een vriendelijke oude man die veel hulp kan gebruiken Famke verricht enkele dagen zware arbeid. Als beloning mag ze mirre verzamelen door een insnijding te maken in de stam van de struik. De struiken zitten vol met scherpe doorns de huid van Famke is behoorlijk bekrast. Het hars sijpelt uit de stam en Famke vult haar zinken emmertje met het kostbare goedje. Als ze naar keihard werken weer terug is in de villa begint ze met de bereiding van de Mirre. In haar kookpot zit een laag water daarin doet ze een marmeren schaal en daarop smelt ze de Mirre tot een vloeibare olie die vermengt ze met dierlijk vet. De olie heeft een geelgroene kleur en ruikt heerlijk. De basis van haar zalf is klaar ze voegt sint- janskruid toe waardoor de zalf een dieprode kleur krijgt. Famke laat de zalf drie weken in een afgesloten pot rusten. Ze plaatst het op een donkere plek er mag geen zonlicht bij komen dat zou de magische werking verzwakken. De hars van de Mastiek boom laat ze ook smelten op een schaal in haar kookpot die gevuld is met water. Famke is precies een maand bezig geweest met de voorbereidingen. Die middag komt Cecile naar de villa Famke begeleid haar naar de spinnen kamer. Famke schenkt een glas met mieren sap in. Cecile geniet van de heerlijke drank en vlijt zich neer in een spinnenweb die Famke gemaakt heeft. De geur van de vele rozen prikkelen in haar neus. Famke moet acht poten in smeren met de vloeibare hars. Daarna legt ze op alle poten witte katoenen doeken. Als de hars hard geworden is trekt ze de doeken weg. Dit herhaalt ze meerdere malen omdat Cecile behoorlijk behaard is. Na afloop van de behandeling smeert ze de poten in met haar zalf. De rode zalf trekt snel in de geïrriteerde huid en geeft een sterk verzachtende werking het ruikt ook heerlijk. Cecile is door het drinken van veel mieren sap in diepe rust. Famke kan naar hardt werken even in de tuin uitrust