Lucia Smit 

Eenheid van het leven.

Famke de heks en de zaklantaarnvis:


Famke zit op het strand en tuurt over de zee. Het is bijna middennacht en de maan staat hoog aan de hemel. Het zeewater begint op te lichten, voor haar ogen ziet ze een fantastische lichtshow en ze ziet lichtflikkeringen. De golven geven licht en Famke loopt het water in. Ze vult flesjes met het lichtgevende alg. In de golven ziet ze twee lichtgevende blauwe ogen die oplichten uit de zee. Famke denkt “wat een aparte vis” en waarom kijkt het mij zo aan. Op zijn kop zit een soort hengeltje met een klein lichtje. Af en toe verdwijnt het licht uit de ogen van het wezen. Famke heeft haar laatste flesje gevuld, als ze over het water kijkt ziet ze honderden lichtgevende blauwe ogen. De vissen kijken Famke aan, het lijkt net of ze Famke komen opzoeken, het zwemmen wordt de vissen bemoeilijkt door een grote hoeveelheid plastic soep. Famke ziet dat het zaklantaarnvissen zijn. De vissen horen niet thuis op de oppervlakte van de zee. Het zijn diepwater dieren die al miljoenen jaren oud zijn. Famke verstaat het gejammer van de dieren. Ze klagen dat al hun eten op is. Famke heeft medelijden met de arme vissen en gaat samen met de vissen dieper en dieper de zee in. Ze zwemt door een dikke plastic soep. Als Famke over het water kijkt ziet ze een klein eiland met daaronder een grote grot. De ruimtes zijn geheel verlicht met helderwit licht. Het licht is afkomstig van een Elf met prachtige doorschijnende vleugels. Ze fladdert door de grot die bezaait is met stukjes jade. Met water en een kleine hamer verwijderd Famke kleine stukjes steen uit de wand, en stopt deze in een grote rugzak. De uitgang van de grot is op het eiland zelf. Het is geheel onbewoond en bedekt met dicht begroeide grasvelden. Famke loopt over de uitgestrekte grasvelden die vol staan met bloemen. Kleine kolibries vliegen op en aan van bloem tot bloem. De honing is voor de diertjes onweerstaanbaar. Het eiland heeft maar één grote berg met scherpen punten. Op de berg slaapt de grote groene draak. Het beest heeft zijn vleugels om de berg gevouwen. Op de rug van een zaklantaarnvis reist Famke terug naar het vaste land. Ze heeft stukjes jade bij zich om er meubels van te maken, met de  plasticsoep heeft ze grote plannen. Haar nieuwste uitvinding moet het probleem oplossen. Op de zee bodem gaat ze grote doorschijnende koepels aanleggen. Er zullen zee tuinen worden aangelegd waar de zaklantaarnvissen plantjes kunnen eten. De koepels worden verlicht met behulp van lichtgevende algen. De tuinen zullen een goede plaats zijn voor Famke haar nieuwe huisdieren.