Lucia Smit 

Eenheid van het leven.


De vloek van Corsica: 


Het is een warme septembermiddag. Famke heeft een klein huisje gehuurd. Het ligt dicht bij het strand. De eigenaresse geeft haar uitleg en is erg vriendelijk. Ze zegt: ‘als er iets is mag je altijd bellen. S avonds loopt Famke door de dennenbossen langs de kust. De geur van dennenlucht is indringend. Langs het pad staan wilde bloemen met allerlei kleuren, op de bloemen zitten vlinders. Overal waar ze kijkt ziet ze bossen en grasvelden. De kleuren groen verschillen van donkergroen tot zeegroen.  Na haar wandeling besluit ze te gaan slapen. De dag is erg vermoeiend geweest. De dagen daarna strijken voorbij. Elke dag loopt ze verder het woeste gebied in. Tijdens haar wandelingen ontmoet ze Paolo een knappe slanke man. Famke is 36 jaar en heeft nooit de ware man kunnen vinden. Ze is opslag verliefd op deze knappe Corsicaan. Hij heeft prachtige bruine ogen en zijn huid is licht getint. Samen lopen ze verder en kletsen, er is een duidelijke klik ze mogen elkaar onmiddellijk. Paolo nodigt Famke uit om mee te gaan naar het dorpscafé, daar blijven ze tot in de vroege ochtend. Als ze terug naar huis lopen horen ze het geluid van straaljagers. Het dorp ligt tegen een militaire basis aan, de straaljagers jagen boven hun hoofd. Ze vliegen harder als het geluid en dit geeft enorme klappen. Het klinkt alsof er een bom over vliegt. Famke en Paolo lopen langs het strand. Precies naast de basis ligt een rots partij daar gaan ze zitten. Er wandelt een echtpaar langs en Famke raakt in gesprek met het echtpaar. De man waarschuwt Famke voor de vloek van Corsica. Hij zegt: ‘jullie zitten op een gevaarlijke plek, zo dicht bij deze grot” Het toont lef om bij deze ingang te gaan zitten het is levensgevaarlijk. Hij vertelt over de legende van de Cryptiden. Magische wezens die zich voeden met mensenvlees. Paolo lacht en maakt grapjes tegen Famke hij is onder invloed van alcohol en danst in het rond. Paolo begint Famke te kussen hij is zo opgewonden dat hij niet ziet wat er rond hen gebeurt. Famke ziet het zand waar ze op zitten omhooggaan. Het lijkt of er iets zich verplaatst onder het zand. Ze drukt Paolo van haar af, hij kijkt haar teleurgesteld aan. Famke voelt dat ze een paniekaanval gaat krijgen het ademen gaat niet meer. Ze begint te hyperventileren. Paolo doet stoer en gaat op zijn knieën voor de grot zitten. Dan ziet Famke een grote hagedis die half mens is door de ingang schieten. Het wezen loopt als een reptiel op vier of meer poten. Het gezicht van het wezen is die van een knappe jonge vrouw met lang rood haar. Haar ogen zijn lichtgroen. Het wezen grijpt het hoofd van Paolo en sleept hem de grot in. Famke kijkt de grot in en ziet dat het grottenstelsel heel diep de grond in gaat. Famke probeert rustig te blijven maar dat lukt niet. Als ze weer in staat is om goed te ademen. Rent ze voor haar leven over het strand. De tranen biggelen over haar wangen. Al gauw is ze buiten de militaire zone. In de verte ziet ze het dorp liggen. De ochtendzon verlicht het mooie grasgebied Famke ziet het gras heen en weer gaan. Het lijkt of er iets doorheen loopt. Het hoge gras wordt met grote snelheid platgedrukt. Langs het pad naar het dorp liggen bamboebossen. Het geluid van het knakken van de bomen maakt haar nog angstiger. Zo vlug ze kan loopt ze naar haar huisje. Ze kijkt regelmatig om, ze is sneller als de wind en loopt geen gevaar. Ze voelt de aanwezigheid van een magisch wezen. Het boezemt haar nog meer angst in.  Geheel buiten adem komt ze in het witte huisje aan. Gauw sluit ze de deur en gaat op de bank zitten. Dan hoort ze buiten gekras op de deur. Het huisje vult zich met een sterke lucht van een slang. Famke kan niet geloven wat haar overkomen is. Ze barst in tranen uit, als ze weer alles op een rijtje heeft. Belt ze de politie maar tot haar grote verwondering wordt ze totaal niet serieus genomen. Paola heeft volgens de politie helemaal niet bestaan. Het is een denkbeeldig vriendje. Ze wordt uitgelachen en afgedaan als een oude vrijster die in psychische problemen zit. Famke voelt zich verschrikkelijk en besluit de huur opzeggen van haar huisje. Met een taxi vertrekt ze naar Ajaccio. Daar aangekomen voelt ze zich weer veilig. Famke huurt daar een mooie flat die uitkijkt op de grote haven. Elke dag ziet ze grote passagiersschepen binnenvaren. Op een ochtend zit ze op haar balkon haar ontbijt te nuttigen en leest in de lokale krant dat een militair verdronken is. De politie heeft alleen maar botten gevonden. Wat opvallend is dat het hoofd wordt vermist. Famke die van beroep journalist is. Besluit naar de lokale krant te bellen. Famke biedt zich aan en vertelt haar verhaal. De krant vindt het moeilijk om het verhaal van Famke te geloven. Toch mag ze haar onderzoek gaan doen naar de vliegbasis. Als ze duidelijke bewijzen in handen krijgt dan gaan ze haar verhaal publiceren. Dat betekent dat ze terug moet naar het dorp. Maar dit keer zal ze zich voorbereiden met haar kennis over Cryptiden en haar gaven om ze te kunnen voelen en ruiken. Over het hele eiland worden vermissingen gemeld bij de politie. Bewoners verdwijnen onder raadselachtige omstandigheden. De politie verdenkt Famke van moord en gaat op zoek naar haar. Famke heeft weer het witte huisje gehuurd. Elke nacht hoort ze gekras buiten. Maar soms ook in het huisje. De wezens maken gebruik van een heel laagfrequent geluid. Famke wordt doodziek van het geluid en is misselijk en heeft ontzettende hoofdpijn. De vermoeidheid is nog het ergste. Het wordt haar onmogelijk gemaakt om onderzoek te gaan doen. De Cryptiden zijn slecht aangepast aan de aarde en kunnen niet goed tegen kou. Ze maken gebruik van de warmte van de kern van de aarde en ze reizen door het grottenstelsel onder Corsica Ook het daglicht kunnen ze moeilijk verdragen. Famke wordt opgejaagd door de wezens maar ze vermoorden haar niet. Elke dag loopt ze door het woeste gebied. Ze ziet de straaljagers opstijgen. Het geeft haar het gevoel of de derde wereldoorlog is uitgebroken. De vliegtuigen maken het geluid van een bom. Het gefluit en de harde klappen door de lucht maken Famke bang. Ze vliegen naar een eiland voor de kust. Famke ziet dat op het eiland iets wordt uitgestort. Later in haar onderzoek komt ze erachter dat er een chemisch middel wordt uitgestrooid. (Loxazol) Er is daar iets mis op dat eiland (Montecristo) denkt Famke. Ze gaat informatie verzamelen en komt erachter dat het eiland een oud klooster heeft. Het is beschermd en niemand mag het eiland zomaar betreden. Famke weet instinctief dat de heksen daar wonen. Het grottenstelsel loopt ook onder de zeebodem. Via de lokale krant krijgt ze toegang tot het eiland. Elk jaar mogen er 1000 bezoekers het natuurgebied bezoeken. Famke heeft het ultieme wapen gevonden. Ze neemt grote hoeveelheden bloedluis mee. Ze heeft de diertjes gekweekt in het witte huisje en ze heeft een kamer als laboratorium ingericht. De bloedluis zal ze plaatsen op de Cryptiden die in de grotten leven. Famke kan niet inschatten of het zal helpen de wezens zijn magische creaties van een heks. De Bloedluis nestelt zich op de huid van de Cryptiden en zorgt ervoor dat de magische wezens verzwakken. Gewapend met haar reageerbuisjes gaat ze per boot naar het eiland de schipper is een echte Corsicaan. Hij vertelt haar dat het eiland al generaties geteisterd wordt door onverklaarbare gebeurtenissen. Famke vertelt haar ervaring met Paolo aan de schipper. Hij is de eerste man die haar serieus neemt. Famke staat versteld van de openheid van de schipper. Hij weet meer dan ze ooit had kunnen verwachten. Ze moet zijn verhaal wel geloven. De schipper vertelt: ‘Er zouden ook hele aparte kinderen geboren zijn’. Die opgroeide tot half mens en half reptiel. Het reptielen DNA zou hun kwaadaardig hebben gemaakt. Maar ook superslim waren de kinderen. Ze hadden buitengewone gaven en blonken uit in hun gemeenschap. Het werden stuk voor stuk grote leiders die ervoor zorgde dat de lokale bevolking in grote weelde kon leven. Ze werden daarom door de bewoners van het eiland aanbeden. De schipper vertelt:’ het eiland heeft een heel bekende Corsicaan gehad. Hij werd zo’n grote leider dat hij over de hele aarde bekend is. Famke denkt na. Ja, zegt de schipper: “. Je weet het wel wie het is maar hij noemt geen naam”. Famke wordt stil van deze informatie. Ze beseft dat de mensheid groot gevaar loopt. Famke kan zich nog niet een goed beeld vormen. Zijn deze Cryptiden alleen hier op Corsica of zijn er nog meer plaatsen waar ze zitten. Was Paolo half mens half reptiel geweest. Had hij door haar te kussen zijn eigen doodvonnis ingeluid. Was het wezen op hem afgekomen om te paren. Famke denkt bij zichzelf.  “Ik word gek’. Gelukkig gelooft de schipper alles en kan hij ook dingen beamen. Tijdens zijn vaartochten heeft hij ook dingen gezien. Rond het eiland gebeuren vreemde dingen. Hij heeft lichtbollen waargenomen.  Onder de zeespiegel zijn duidelijk aardverschuivingen. De schipper heeft filmmateriaal van de wezens die geraakt worden door bliksems. De schipper heeft ook filmopnames van een vliegtuigje dat geraakt wordt door iets wat van het eiland afgeschoten wordt. Het vliegtuigje zag de schipper in vlammen opgaan. De schipper vertelt aan Famke dat hij de inzittende niet kon redden. Hij zegt;’ tot de dag van vandaag heb ik daar nog last van’. De politie wou mijn verhaal ook niet geloven. De schipper vertelt: ‘Er is een doofpot politiek’. Alles wat wordt gemeld wordt verzwegen. Getuigen van deze verdwijningen lopen groot gevaar om zelf ook te verdwijnen. Famke is op Monte Cristo als op Corsica branden uitbreken. Het klimaat staat op zijn kop. De enorme hitte van de brand stijgt op uit de zeebodem en raast het strand op. De grottenstelsels staan ook in brand op Corsica de bomen aan de kust staan meteen in brand. De wind jaagt de vlammen landinwaarts hele berg zijdes zijn totaal afgebrand. Op Monte Cristo voelt Famke de immense hitte die door het grottenstelsel raast. De schipper zegt dat de regering denkt dat de branden zijn aangestoken. Famke zegt: ‘wat gebeurt er toch onder de zeebodem’. Waarom komt er zoveel warmte vrij. De schipper zegt: ‘dat is de vloek van Corsica’. Dit zal doorgaan tot elke Corsicaan dood is Famke trekt wit weg. Waarom worden mensen uitgeroeid, de schipper kijkt haar aan. Dat wezen wat jij gezien hebt is uiterst kwaadaardig. Ze bevinden zich al heel lang onder ons. In het geheim worden ze al generaties lang bestreden zonder enig goed resultaat. Ze vermengen zich met mensen en doden. Famke loopt over het eiland en ruikt de geur van de magische wezens. De sterke muffe lucht wordt over de wind in haar gezicht geblazen. Ze voelt dat dat ze gevolgd wordt. Famke loopt over de paden met grote dennenbomen. De bomen hangen over het zandpad. Ze zijn door de wind omgewaaid. Het eiland heeft weidse grasvelden. Famke onderzoekt elk stukje van het natuurgebied van het vele lopen wordt Famke doodmoe. Ze heeft een boomstam gevonden waar ze even op kan uitrusten. Dan ziet ze dat het pad wat ze gelopen heeft beweegt. Het zand wordt omhoog gedrukt door iets groots. Snel trekt Famke haar benen op. Ze zit nu geheel op de boomstam. Precies bij de boom stopt het gewoel onder het zand. Famke houdt haar adem in. Ze voelt een paniekaanval aankomen al zou ze willen ademen dan zou dit niet eens lukken. Dan ziet ze dat het zand weer omhooggaat het vervolgt zijn weg onder het pad. Famke gaat in de lotushouding zitten en begint met ademhalingsoefeningen ze legt haar rechterhand op haar buik en sluit haar ogen Ze voelt haar ademhaling veranderen van oppervlakkig naar dieper. De angst stroomt langzaam weg als ze haar ogen opent ziet ze midden in het pad een groot gat. Ze drukt zich nog dichter tegen de boomstam. Ze ziet dat er een Sater uit het gat klimt hij springt vrolijk in het rond en speelt muziek op een grote fluit. De muziek draagt ver over de wind. Het gat is een ingang naar een andere wereld. Famke wacht tot de Sater uitzicht is en gaat dan kijken Uit het gat kruipen slangen het gebied wemelt van de dieren. Op het pad liggen miljoenen slangen, ze zijn felgroen. Dan ziet Famke een vrouw die de kleur aanneemt van de slangen ze verdwijnt in het gat onder de grond. De slangen blijven op het pad liggen. Famke wacht een tijdje om te zien of alles veilig is. De slangen op het pad gaan opzij als Famke verder loopt, voorzichtig zoekt Famke zich een weg door het hoge gras. Ook daar liggen ontzettend veel slangen die netjes opzijgaan. Instinctief weet ze dat ze moet zorgen voor beschutting voor de nacht en avond. Ze weet op tijd auberge Dragon d’or te vinden. Het is de enige accommodatie op het hele eiland. Echt veilig voelt ze zich niet maar het is beter dan buiten zijn. Die nacht slaapt ze bijna niet. Het gekras en het geluid van iemand die hard lacht maakt haar misselijk. Ze voelt zich s morgens doodmoe. Maar ze geeft haar missie niet op ze zal verder gaan met haar onderzoek. Aan het ontbijt stelt ze vragen aan de serveerster. De wat oudere vrouw is ook op de hoogte van de vreemde gebeurtenissen rond het eiland. Met moeite krijgt Famke de informatie die ze wil hebben. Het klooster aan de andere kant van het eiland zou een groot geheim bewaren. De serveerster vertelt: ‘het klooster is een façade voor de echte ingang van het gebouw’. Pas goed op zegt de serveerster. Er zijn meerdere mensen op die plek verdwenen. Famke krijgt een lunchpakket mee van de serveerster. In het pakket zit een kaart om veilig naar het klooster te komen. De serveerster zegt: ‘je moet je aan deze route houden om geen gevaar te lopen. En je moet zorgen dat je op tijd weer hier terug bent. Famke begint met haar wandeling en houd zich precies aan de kaart. De muffe lucht van slangen dringt diep door in haar neus af en toe dwarrelen er grote stukken huid tegen haar gezicht. Ze weet dat ze bijna bij het klooster is de oude ruïne ligt er vredig bij. Het gebouw is een mooi voorbeeld van Romeinse architectuur. Op de grond liggen mozaïeken van steentjes die met grote precisie gelegd zijn. De stenen bogen en pilaren van het gebouw laten je zo teruggaan naar het oude Romeinse rijk. Vol bewondering kijkt Famke naar de afbeeldingen aan de muur. Het geeft een ceremonie weer van een groep vrouwen gekleed in het zwart. Ze voelt de aanwezigheid van de vrouw die ze eerder al gezien heeft. Famke weet zich te verstoppen en kijkt op de kaart daarop staat hoeveel tijd ze nog heeft. Famke heeft een veilige plek gevonden achter een van de vele pilaren. Het felle zonlicht zorgt ervoor dat ze voor de heks onzichtbaar is. Dan ziet ze dat de ruïne veranderd in zijn ware gedaante. Het gebouw is niet van een vaste structuur. Het beweegt als heel dun metaal. Famke kan het materiaal niet thuisbrengen. Ze kijkt naar binnen en ziet dat alles binnen beweegt. Ze kan wel zien dat er heksen binnen lopen. Ze geven een licht groen licht af. Dan ziet ze het gebouw weer veranderen in de oude ruïne. Het gebouw is net een kameleon het past zich naadloos aan in zijn omgeving. Famke kijkt op haar horloge en weet dat ze terug moet lopen. Zo onopvallend mogelijk loopt ze weer terug. De kaart geeft nu een andere weg aan. Ze loopt langs de kust. Het gebied is prachtig ze beseft waarom het natuurgebied is. De natuur is overweldigend mooi. Het wemelt er van de vlinders. De zee is azuurblauw en de lucht is heel licht blauw met bijna geen bewolking. De dennenbomen zijn prachtig groen en steken prachtig af tegen de achtergrond van al het blauw. Famke komt keurig op tijd weer aan in de auberge. Echter is er grote consternatie in de herberg. Famke vraagt aan een personeelslid wat er aan de hand is. Ze hoort dat er mensen vermist worden. Waaronder ook de serveerster die haar die ochtend zo goed geholpen heeft. Van de duizend bezoekers is meer dan de helft verdwenen. Niemand mag van het eiland vertrekken. De politie is in de auberge aanwezig. De inspecteur wil met Famke praten ze wordt in een kamer opgesloten. Dan begint de ondervraging. De politie verdenkt haar van betrokkenheid bij de afgelopen verdwijningen. Famke zegt: ‘belachelijk dat u mij verdenkt’. Hoe kan ik nu bij zoveel vermissingen betrokken zijn. De politieman zegt koeltjes: ‘u bent steeds in de buurt waar mensen verdwijnen’.  Famke zegt: ‘het klopt dat ik overal ben waar iets gebeurt’. Dit staat in teken van mijn onderzoek. Heel rustig zegt ze: ‘ik ben journaliste’. De agent vraagt: ‘wat heeft u al ontdekt’. Famke ruikt de doordringende lucht van slangen. Het klopt hier niet denkt ze. Heel rustig zegt Famke: ‘ik heb niets ontdekt”. Maar wel genoten van de prachtige natuur hier. Het schijnt dat ze een goed antwoord heeft gegeven. Famke moet direct het eiland verlaten. In de haven wordt ze opgewacht door de oude schipper. Als ze op volle zee zijn verteld ze haar verhaal. De schipper vaart terug naar het eiland. Hij vaart langs het pad wat zij gelopen heeft. Op het strand zien ze een stapel skeletten liggen allemaal missen ze hun hoofd. Famke schrikt van het aanzicht. Dan ziet ze het zand rond de skeletten bewegen er vormt zich een gat om de skeletten en alles verdwijnt onder het zand. Famke weet niet meer waar ze het zoeken moet. De angst maakt zich meester over haar. De vraag is wanneer zij aan de beurt is bij de heksen. Als ze weer terug is op Corsica zelf neemt ze een groot besluit. Haar onderzoek gaat ze wereldwijd uitbreiden. Het verzet tegen de heksen is begonnen. De schipper is haar eerste kompaan. Als Famke een tijdje op het eiland woont voelt ze de tegenwerking van hoge ambtenaren Ze merkt dat ze achtervolgd wordt, angst voelt ze niet meer. Als een soldaat gaat ze verder met haar onderzoek. Het blijft niet ongemerkt onder de plaatselijke bevolking. Bewoners durven er in het openbaar over te spreken. De Franse regering gaat zich bemoeien met de volkslegende om onrust voorkomen. Ze geven anderen reden op voor de vermissingen Maar de bevolking is in grote paniek want iedereen mist wel iemand uit zijn familie of vriendenkring. De onrust neemt met de dag toe. De verdwijningen zijn orde van de dag. Famke is haar leven niet meer zeker, een aanslag kan elk moment gebeuren daarom verlaat ze Corsica en reist naar Parijs. In Parijs huurt ze een studio in het centrum van de stad om de hoek van haar straat ligt de Eiffeltoren. In de stad zijn aanslagen onder verschillende bevolkingsgroepen. Alle aandacht gaat naar de lokale problemen, Famke is veilig voor de heksen al is dit van tijdelijke aard. Ze weet steeds meer mensen te overtuigen met haar verhalen. Samen vormen ze de basis van georganiseerd verzet. In de krant leest ze dat er gif op Montecristo is gestort. Volgens de krant heeft het eiland overlast van ratten. Famke verbaast zich over deze manier van doofpot politiek. Ze weet dat haar bloedluis zijn werk goed doet. Ze besluit meer bloedluis te gaan kweken. De verzetsgroep begint op grote schaal met laboratoria te bouwen. Bij de leden van de verzetsgroep zijn laboratoriums in hun huis gebouwd. Het lijkt wel of de heksen weten waar Famke mee bezig is. Ook in Parijs voelt ze zich niet meer veilig. Famke besluit een andere identiteit aan te nemen. Ze neemt bruine lenzen waardoor ze al veranderd. Haar lange blonde haar maakt ze donkerbruin. Ook haar kledingstijl wordt typisch Frans. Door deze metamorfose is ze even veilig. Ze gaat weer op in de wereldbevolking. Het zal een tijdje duren voor ze weer opgespoord wordt. Tijdens haar onderzoek komt ze erachter dat veel kinderen van verdwenen ouders naar kloosters worden vervoerd. Grote groepen kinderen zitten bij de heksen gevangen. Famke herkent ze van de ruïne op Montecristo. Om goed haar onderzoek te kunnen doen. Heeft ze een baantje aangenomen in een klein dorpje wat heel dicht bij een klooster ligt. Famke is werkzaam bij de lokale bakker. Daar hoort ze heel veel verhalen. Het is makkelijk om de juiste informatie te kunnen krijgen. Ze zet het werk naar haar hand algauw mag ze het brood bij het klooster afleveren. Famke heeft al gauw door dat de kinderen daar zitten voor een speciaal doel. Want ze houdt de kinderen in de gaten. Elke keer zijn kinderen opeens weg en nieuwe kinderen zijn in hun plaats gekomen. Famke probeert te achterhalen waar de kinderen gebleven zijn. Ze zijn nergens meer terug te vinden het lijkt of ze in rook zijn opgegaan. De heksen gebruiken de kinderen voor een duister doel. Famke heeft een gesprek met een vaste klant van de bakkerij. Het is een warme herfstmiddag in oktober. Al het brood is grotendeels uitverkocht. De vrouw vertelt aan Famke dat er vreemde dingen gebeuren in het klooster. Famke vraagt:’ wat heeft u gezien’. De klant vertelt: ‘ik heb gezien dat kinderen in grote groepen door het dorp liepen. Ze verdwenen in de uitgestrekte bossen rond het klooster. Heel voorzichtig ben ik ze gevolgd. Vertelt de klant: ‘Wat ik gezien heb is niet te bevatten. De kinderen werden naar een put gebracht. Daar kwam een wezen uit dat niet van deze wereld is. Als de klant het vertelt huivert ze nog. Hoe zag het wezen eruit. De klant vertelt: ‘het wezen was 3 meter hoog en was van boven een vrouw en van onderen een hagedis. De kinderen werden één voor één aan hun hoofd de put ingetrokken. Sommige kinderen schreeuwde van angst en huilde heel hard. Het geluid van het huilen krijg ik niet uit mijn hoofd. Famke vraagt of ze wil helpen om te achterhalen wie de kinderen zijn. De klant zegt: ‘het zijn allemaal wezen’. Hun ouders zijn gestorven onder raadselachtige omstandigheden. Ze zijn ernstig ziek opgenomen in het academisch ziekenhuis in Parijs. Waar ze nooit meer levend uit zijn gekomen. Famke mag als journalist door de archieven van het ziekenhuis onderzoek doen. Ze heeft een verhaal opgehangen dat ze onderzoek doet naar kanker. Het bestuur van het ziekenhuis vindt het goed dat ze een artikel maakt voor de plaatselijke krant. Het is buiten heerlijk weer en de zon schijnt als Famke haar appartement verlaat. Ze loopt haar straat uit en gaat even naar de Eiffeltoren. Ze loopt over de brug en ziet mensen plezier hebben. Heerlijk denkt ze. Kon ik nog maar zo genieten van een terras aan de rivier de Seine.  Maar haar onderzoek heeft haar veranderd. Het hele leven op aarde is voor haar totaal veranderd. Het is tot haar doorgedrongen dat de Heksen mensen zomaar kunnen vermoorden. Dat de heksen onder ons zijn als een schaduw. In het ziekenhuis aangekomen moet ze zich legitimeren. Zonder veel problemen wordt ze toegelaten in de dossiers. Ze bekijkt alle doodsoorzaken van de afgelopen tien jaar en komt tot de conclusie dat alle ouders plotseling een dodelijke vorm van kanker kregen. Zelfs patiënten met geen dodelijke kwaal werden in het ziekenhuis plotseling ontzettend ziek. Famke weet genoeg en verlaat zo vlug mogelijk het ziekenhuis. In haar appartement teruggekomen pakt ze haar spullen en vertrekt. In het appartement hangt een muffe misselijkmakende lucht van reptielachtige. Zo vlug ze kan zal ze haar schuilplaats in gaan. In de bakkerij waar ze werkt heeft ze een kleine ruimte waar ze kan schuilen. Daar doet ze andere lenzen in haar ogen, Famke heeft nu bruin haar met een rode gloed. Het staat haar geweldig. Van haar vaste klanten heeft ze kleren gekregen. Op de kleren zit de lucht van de vorige eigenaars. Het zal weer een tijd duren voor ze weer opgespoord wordt. Die avond hoort ze rond de bakkerij vreemde geluiden. Ze komen zo sterk binnen dat haar hoofd begint te suizen. Haar oren kunnen het geluid niet verdragen. Ze moet spugen en het voelt of haar hoofd op knappen staat. In de nacht zijn de heksen op zoek naar slachtoffers. Door de lage geluidsfrequentie die ze maken. Kunnen ze hun prooi lokaliseren en op ze jagen. Als Famke door een klein raampje kijkt ziet ze een groep heksen over vliegen op hun bezems. Famke besluit om naar buiten te gaan om te zien of ze kinderen kan redden. Ze loopt langs het klooster het donkere bos in. Als ze in het midden van het bos is ziet ze een grootmetalen gebouw dat veel weg heeft van een boom. Het bouwwerk is ontzettend groot en hoog. Als Famke voor de metalen deur staat gaat deze vanzelf open ze loopt door een grote hal naar de lift. De lift schiet omhoog als de deur opengaat staat ze op de bovenste verdieping van het gebouw wat geheel omgeven is met glas het is een soort botanische tuin. Bij de lift deur staat een lakei. Hij zegt: ‘ik heet u welkom in onze botanische tuin’.   In het gebouw is alles aanwezig Famke wordt uitgenodigd om te blijven slapen in de mooiste kamer van het gebouw. Als ze naar buiten kijkt ziet ze alleen maar wolken. Het lijkt net of ze in een vliegtuig zit. Doodmoe valt ze in een diepe slaap op het mooie hemelbed. Als ze s nachts wakker wordt gaan de witte gordijnen heen en weer. Half wakker ziet ze een groep heksen om haar heen staan ze is zo moe dat ze weer in slaap valt. Dagen worden maanden dat Famke opgesloten zit in de botanische tuin. Ontsnappen is onmogelijk omdat ze zo hoog boven de wolken woont. Op haar afdeling wonen alleen maar vrouwen. Ze moet afwachten tot ze wordt vrijgelaten. Het wachten duurt maanden. Die avond is het volle maan. In het gebouw is een heksenfeest, Famke wil daar eerst niets van weten maar besluit toch te gaan. Er wordt gedanst en de botanische tuin is prachtig verlicht. Het licht geeft de ruimte iets sprookjesachtig. Famke wordt ten dans gevraagd door een donkerblonde man met prachtige groene ogen. Ze verdrinkt in zijn betoverende uitstraling. Ze beseft dat hij een creatie is van de heksen, het voelt of ze zweeft over de dansvloer. Als ze samen een glas bramen sap drinken volgt er een optreden van danseressen en dansers. Op de muziek van Vivaldi. The four seasons. Het optreden begint met de lente. De danseressen en dansers zijn versierd als bloemen en planten. Hun hoofdtooien zijn die van rozen. Ze dansen prachtig en hun kleding is betoverend mooi. De balletuitvoering brengt de toeschouwers in euforie. De lente gaat over in de zomer. De dansers zijn in volledige bloei. Hun hoofdtooi begint te groeien. De sterke geur van bloemen vult de ruimte. Hun lichamen zijn ongelofelijk lenig. De dans is bovennatuurlijk mooi. En dan gaat de muziek over in de herfst. Andere dansers nemen plaats op het podium. Ze zijn gehuld in herfst tooi. De kleuren geel en bruin overheersen de ruimte. Famke kijkt naar de dansers en kan niet anders dan denken dat het prachtig is. Dan gaat de muziek over in de winter. De volgende groep dansers is geheel in wintersfeer. Hun lichamen zijn van wit ijs met een vleugje blauw en groen. Op hun hoofden dragen ze kronen van ijspegels. Dan vanuit het niets vallen er sneeuwvlokjes in de ruimte. Famke verlaat de ruimte met de lift ze gaat pijlsnel naar beneden. Als ze het gebouw heeft verlaten voelt ze zich weer veilig. Het bos is koud en vochtig.