Lucia Smit 

Eenheid van het leven.

De Dromenvanger:

De kronkelende paden lopen langs de rotswand. De klim omhoog en de afdaling zijn zelfs een uitdaging voor een geoefende bergbeklimmer. Langs alle paden hangen dromenvangers in de vorm van hartjes. Ze zijn gemaakt van geitenwol en hout. Verscholen tussen de lava stenen en de cactussen staan tenten en zelfgemaakte huisjes. De daken zijn van palmbladeren gemaakt. Als je goed kijkt, zie je dat overal huisjes verscholen liggen. Mooi gebruinde en gespierde mannen zitten in groepjes bij elkaar. Beneden aan het strand liggen bergen van ronde keien. Daarover kun je met moeite lopen naar het plateau dat doodloopt bij een hoge steile wand. Ook tegen de wand staan tenten en houten huisjes. De huisjes zijn gemaakt van het afval wat door de zee is meegevoerd. Op de wind hoor je het geluid van een windgong. De natuur is overweldigend. De afwisseling van lavastenen en cactussen laat je denken aan een botanische tuin. In de verte zie ik een groepje mensen zitten. Ze zitten aan zee. Op een randje van de steile wand zit een magere man met donker zwart haar. Zijn haar zit in een knotje. Hij zit in de lotushouding. Daar mediteert hij uren achter elkaar. In het water zwemt nog een man. Hij is aan het duiken en op zoek naar vis en schaaldieren. Op het plateau zit ook een magere vrouw met een klein blond meisje. Ze eten vruchten van een veel voorkomende cactus. De vrucht geeft rood af. Het gezichtje van het meisje zit helemaal onder. De man komt uit het water met een grote krab. Hij is gespierd en gelijkmatig bruin over zijn hele lichaam. Zijn goudblonde haren zijn nat. Het hangt op zijn schouders. Hij heeft totaal geen moeite om uit de ruwe zee te klimmen. Met het grootste gemak klimt hij tegen de rotswand omhoog. Hij wringt zijn haar uit en doet het in een knot. Het meisje rent op de man af. Het is waarschijnlijk haar vader. De man tilt het meisje op en loopt naar de vrouw. Hij droogt zich af en doet een harembroek aan. Het meisje heeft het koud. De vader doet het kind een te groot T-shirt aan. Op het T-shirt staat ‘windsurfen’. Dan zegt hij iets tegen de vrouw. Ze staat op en ze lopen met zijn drieën terug naar hun zelfgebouwde hut. De hut is gemaakt van oude bruine palmbladeren. Het meisje danst en praat tegen haar vader. Hij tilt haar op en zet haar op zijn schouders. Voor de hut staat een zelfgemaakte barbecue. Onder het rooster liggen brokken hout. De schemering valt in. Een grote groep hippies nestelt zich om het vuur. De hippies hebben de hele dag gevist. In een grote plastic zak zit vis. De vis wordt op stokken gestoken en dan op het rooster gelegd. Een van de hippies heeft een grote stoffen tas met daarin een hang, een bolvormige stalen pan. De tas ziet er wat vervallen uit. De man legt de pan op zijn schoot en begint deze voorzichtig met zijn vingers aan te raken. Er ontstaat een heldere toon die zich ritmisch herhaalt. Het geluid van de zee versmelt met de mooie heldere klanken. Het meisje is in slaapgevallen in de armen van haar vader. De windgongen dansen op de wind. De zachte zuivere klanken maken het landschap nog magischer dan het al is. De hippies maken de windgongen zelf van het afval wat ze vinden op het strand. Ze zijn gemaakt van een lange stok. Daaraan hangen draadjes van een visnet. Aan de uiteinden zitten visjes. Deze hebben de hippies uit oude bierblikjes en colablikjes gesneden. Ook verkopen ze de windgongen op de boulevard in het kleine dorpje aan zee. Van het geld dat ze verdienen, kopen ze water en aardappels. Een aantal hippies gaat langs de restaurants en hotels om eten op te halen wat weggegooid wordt. Als ze langs de hotels gaan hangen er zakken met voedsel aan de deurknop. Zo halen ze genoeg eten op om een driegangenmenu te kunnen maken voor de hele groep hippies. In een café aan de drukke boulevard zit een oude man op het terras. Hij zit in de zon en kijkt uit op de zee. De man is een jaar of tachtig. Hij drinkt een biertje. Hij heeft zijn schaapjes op het droge. De Belg heeft in Zeebrugge een penthouse en hier in Tenerife heeft hij ook een penthouse, dat uitkijkt op zee. Vol trots vertelt hij over zijn bedrijf in dieselmotoren. De eenzame oude man knoopt met iedereen een gesprekje aan. Hij praat aan één stuk door. Genietend dat iemand naar hem wil luisteren. De oude man zit elke dag op het terras en kent alle hippies bij naam. Hij weet ook waar ze wonen. Hij zegt: ‘die dikke woont in een grot hier verderop’. Hij verkoopt kleine leren schoentjes die hij zelf in elkaar naait. Vrolijk zegt de man dat het in Tenerife altijd lente is. De temperatuur is aangenaam om buiten te leven. De oude man zwaait naar de dikke hippie. En nodigt hem uit om een biertje met hem te drinken. De dikke hippie zet zijn koffer naast hem neer en samen genieten ze van de zon en zee. De oude man vraagt: ‘heb jij ook zo’n last van het Saharazand? Het bedekt alles met een laagje bij mij thuis. Of zoals ze hier zeggen: De Marokkanen kloppen hun kleden weer goed uit.’ De dikke hippie lacht. Hij zegt: ’Ik maak nooit schoon. Mijn grot ligt altijd vol met zand.’ De dikke hippie heeft zijn biertje op en bedankt de oude man voor de gezelligheid. Hij pakt uit zijn koffer een klein leren schoentje. Het hangt aan een sleutelhanger. De oude man doet de sleutelhanger aan zijn huissleutel. Hij rekent af en loopt terug naar zijn appartement. Hij houdt erg van wandelen en maakt een omweg op de weg terug. Door de vele biertjes is hij wat overmoedig en loopt gevaarlijk dicht bij de rand van de berg. Het begint al donker te worden. De oude man vindt het ook wat fris door de harde wind. Doordat hij weinig ziet, struikelt hij over een paar ongelijke rotsblokken en valt langs de steile wand in zee. De oude man is buiten kennis als hij het water raakt. Zijn lichaam daalt naar de bodem van de zee. Er gaan een aantal dagen voorbij. De dikke hippie kijkt regelmatig naar het terras. Maar ziet de oude man niet meer verschijnen. Er is verder niemand die de oude man mist. Het kleine meisje speelt op het strand en verzamelt net als haar moeder plastic en stukken hout die zijn aangespoeld. Dan ziet ze iets glinsteren tussen de ronde keien. Het is een huissleutel met een gymschoentje eraan. Vol trots laat ze het aan haar moeder zien. De moeder lacht en zegt: ’dat is vast een sleutelhanger van dikke Harry. Als ik naar het dorp loop zal ik hem even afgeven.’ Als Harry de sleutel krijgt dan weet hij meteen van wie de sleutel is geweest. Dagenlang zoekt hij langs de kust naar de oude man. Maar hij vindt hem niet. Dan probeert hij het appartement te vinden waar de oude man woont. Harry loopt naar een groot wit gebouw dat uitkijkt op zee. Harry weet dat de oude man een penthouse heeft. Hij gaat met de lift naar de bovenste etage en probeert bij een aantal deuren of de sleutel past. Bij de laatste deur klikt de deur open. Harry loopt het appartement in. Het is smaakvol ingericht met witte moderne meubels. Op de vloer ligt marmer dat heel schoon is. Harry denkt: ‘Van deze vloer kan je eten’. Dikke Harry doorzoekt het gehele appartement, maar de oude man is nergens vinden. Hij gaat op de bank zitten en besluit op hem te wachten. De weken worden maanden. Harry woont nog steeds in het appartement. Niemand is ooit komen vragen naar de oude man. En Harry is tijdens zijn verblijf in het appartement ontzettend veranderd. Hij is slank, heeft zijn baard afgeschoren en draagt de kleren van de oude man. Als hij op het terras in het dorpje zit, herkent niemand hem meer. Als hij terugloopt langs zijn grot ziet hij dat daar inmiddels iemand anders