Lucia Smit 

Eenheid van het leven.





De woestijn heks;

Ergens diep in de woestijn ligt een kasteel dat het zonlicht laat weerkaatsen. De torens zijn bedekt met goud. De spiegelende gloed werkt als een vuurtoren. Binnen de muren van het kasteel is een weelderige tuin. De tuin bestaat uit moerasachtige aarde. Diep onder de grond is een waterreservoir. Een overblijfsel uit vroegere tijden toen de woestijn nog een weelderige jungle was. Het is heel vroeg in de ochtend als Famke door de poort de tuin betreedt. De tuin bestaat uit meerdere lagen. Met stenen muren en terrassen die bedekt zijn met klimplanten en bomen. Het water wordt vanuit de bron over alle lagen van de tuin geleid. De zon is net opgekomen en de tuin begint te leven. Honderden vogels beginnen te fluiten, ze vliegen op en aan met insecten en stukjes fruit, die uit de bomen naar beneden zijn gevallen. Op een grote waterfontein staat een sater die uit zijn mondwater de lucht in spuit. De vogels nemen massaal een verfrissende duik. Ook Famke doe zich te goed aan het heerlijke koele water. De hitte van de woestijn laat haar huid en mond in vuur en vlam staan. Ze voelt zich onrustig en gejaagd. Haar hart klopt gevaarlijk snel. Het lijkt of het uit haar borst wil springen. Als de straal langzaam verdwijnt sluit de mond van de sater. Heel vlug neemt Famke nog een paar slokken van het frisse verkoelende water. Op de grond liggen vijgen, Famke doet zich te goed aan de vele vruchten die op de grond zijn gevallen. Zwaar vermoeid neemt ze plaats op één van de vele terrassen die het kasteel rijk is. Uit het niets verschijnt een vrouw van middelbare leeftijd die omringt is door een geel aura alleen haar rug is donker helderblauw. Met haar kronkelige vingers die geel licht uitstralen probeert ze in het energieveld van de vermoeide Famke binnen te dringen De heks is gekleed in een zijde gewaad met kettingen om haar nek. Om haar middel heeft ze een riem van rode koraal. Famke kijkt de heks aan en is totaal niet bang voor haar verschijning. Ze spreekt haar aan met de woorden. “Ik wil dat u mij met rust laat. Ik laat niet toe dat u uw woorden en gedachten in mij plaatst. De heks begint keihard te lachen dit veroorzaakt een zandstorm in de woestijn. Grote draaiende wervelstormen naderen in hoog tempo de tuin. De heks wordt omringt door een krachtige wind die om haar heen draait. Famke wordt boos en pakt uit haar tas een flesje met vingerhoedskruid spray. De woestijn heks krijgt de volle inhoud van het flesje in haar gezicht gespoten. De heks verandert langzaam, haar menselijke gezicht verandert in de kop van een kat. Ze probeert zich te verzetten tegen de toverspreuk. Na een lange strijd moet de heks zich overgeven aan haar nieuwe lichaam. Famke geeft haar kat een nieuwe naam. Voortaan heet ze” snoesje”. Ze volgt Famke het kasteel in.  De kamers zijn sfeervol ingericht met Marokkaanse meubels en kleden. Famke neemt intrek in haar nieuwe huis. In de tuin groeien vele struiken die rijpe citroenen dragen. Ze begint met plukken van de vruchten. Ze is van plan om van de rijpe vruchten Limoncello te gaan maken. De likeur kan Famke lang bewaren. Famke probeert om meer water uit de ondergrondse bron te krijgen. Ze tovert zichzelf om en wordt zo klein als een mier. Famke kruipt over de rand van de fontein naar boven. De sater heeft zijn mond een klein beetje open. Het is net groot genoeg om naar binnen te kruipen. Famke laat zich door de mond van de sater naar beneden glijden. De afdaling is steil en gaat razendsnel. Met een plons valt ze in het waterreservoir. Ze is beland in een totaal andere wereld die bestaat uit lichtgevende blauwe waterplanten die over het water glijden. De planten zijn flinterdun. Famke kruipt op een blad en laat zich met de stroming mee dragen dieper de aarde in. De stroom water wordt steeds smaller. Om haar heen groeien planten die niets weg hebben van de planten aan de oppervlakte. De planten geven een blauw schijnsel af waardoor de ondergrondse ruimte geheel verlicht is. Tussen de planten ziet Famke glinsterende ogen die haar nauwlettend in de gaten houden. Als ze dichter bij het beest in de buurt komt begint het onrustig te worden. Het probeert te vluchten dieper de aarde in. Het monster is een lange wormslang. Het beest is een prima huisdier voor Famke. Met veel moeite weet ze op de rug van het beest te klimmen met een touw maakt ze een halster en bevestigt dit voorzichtig over de kop van de slang. Samen vervolgen ze hun weg steeds dieper de aarde in. De blauwe planten deinen heen en weer. Op een ritme dat meer weg heeft van planten onder water. De kleur van de planten verandert langzaam in licht paars. Op de rotsmuren ziet ze doorschijnende insecten die druk bezig zijn met het aanleggen van lange gangen. Famke glibbert met haar huisdier diep de gangen in. Aan de muren kleeft groen slijm dat in lange draden naar beneden sijpelt. Famke beseft dat ze zijn aangekomen in de grote neus van de sater die bovenop de fontein staat. Aan het einde van de gang zien ze een klein puntje licht. De wormslang glibbert door een neusgat naar buiten. Met een plons vallen ze samen in het heldere water. Famke verandert in haar normale grote. Ook de wormslang wordt groter, Het is een enorme slang die met kop en staart over de fontein glibbert. Het arme beest heeft last van het felle licht en probeert te vluchten de woestijn in. Zo snel het kan kruipt het onder een diepe laag zand. De slang is de nieuwe bewaker van de oase. Zijn aanwezigheid verspreid zich snel onder de nomaden van de woestijn. 

auteursrecht :Toutlemondephotography