Lucia Smit 

Eenheid van het leven.


Malefica de waterheks

Op een klein eiland in de middellandse zee woont een waterheks. De eilandjes zijn beschermd natuurgebied. Elke dag varen er boten vol toeristen af en aan om de eilandjes te bezoeken. Niemand mag op de eilanden overnachten. Famke vaart mee op één van de boten. Alleen zij mag bij hoge uitzondering wel op het eiland overnachten. Ze verblijft op het grootste eiland. Het schip dat vol zit met toeristen vaart de natuurlijke haven van het eiland in. De baai ligt omsloten door bergen. Het water is kristalhelder en Famke ziet een kleine haven waar de boot gaat aanmeren. In de haven is een kleine herberg waar ze zal overnachten. De toeristen mogen zwemmen in de adembenemende baai. De reisbegeleider verteld dat er maar een klein gedeelte van het eiland opengesteld is voor het publiek. Er is een klein strandje waar alle toeristen mogen zwemmen in het kristalheldere water. Iedereen moet voor de avond invalt van het eiland terug naar het vasteland. Dit geldt ook voor het personeel van de herberg. Die zijn in dienst van een grote natuurorganisatie. In de namiddag zijn alle schepen verdwenen. Alle toeristen zijn weer terug naar het vaste land. Famke slaapt die nacht op een simpel bed in een sobere kamer in de herberg. Voor ze gaat slapen maakt ze een wandeling over het eiland. De temperatuur is nog zeer aangenaam. Het is ook een warme dag geweest. Famke rust uit op een klein strandje dat uitkijkt op de baai. Er liggen in de verte 10 zeilschepen die toestemming hebben gekregen om vlak bij het eiland hun anker te mogen uitwerpen. Famke ziet de fonkelende lichtjes en hoort de geluiden van mensen die feest vieren. Het geluid wordt gedragen door de wind. Het is al laat als Famke weer terug is bij de herberg. Niemand is meer aanwezig. Al gauw valt ze in slaap. In de ochtend schrikt ze wakker van het geluid van een uil. Het dier heeft een diep geluid dat weerkaatst wordt door de bergen. Famke neemt een verfrissend bad in de zee en maakt haar ontbijt in de keuken van de herberg. Als ze klaar is om te wandelen arriveert het personeel van de herberg met een kleine boot die tot de rand gevuld is met boodschappen. Het personeel heeft het zo druk dat ze niet merken dat Famke via een smal pad het eiland verder gaat verkennen. Famke loopt de hele dag door een oeroud bos dat bestaat uit olijfbomen De bomen zijn prachtig van vorm en lijken te leven. De aarde is rood en Famke ziet cirkels gemaakt van stenen. Ze heeft geen wichelroede maar ze voelt de energie uit de aarde opstijgen. Het paadje waar ze op loopt wordt steeds moeilijker begaanbaar inmiddels is het al avond aan het worden. Het pad bestaat uit grote keien. Ook staan de bomen dichter tegen elkaar. Enkele bomen hebben behoorlijke doorns waar Famke zich aan open haalt. Dan verrijst er een kleine kapel. Famke opent de deur en loopt naar binnen in de kleine kerk. Er is een prachtig altaar dat vervaardigd is uit puur goud. Ze gaat op één van de banken zitten en kijkt naar de prachtige koepel die gemaakt is uit glas en lood. Famke beseft dat ze verdwaald is in het oeroude bos en besluit te overnachten in het kapelletje. Ze vindt een aantal kaarsjes en steekt deze aan. Het kaarslicht geeft de ruimte een nog magischer uitstraling. Als ze een tijdje zit verschijnen er elfjes. Ze vliegen binnen door een raam dat openstaat. Het glinsteren van de kleine wezentjes fascineert haar. Dan wordt er een prachtig concert opgevoerd. Twee van de elfjes hebben kleine harpjes en de rest van het koor bestaat uit een grote groep vogels. Door het rondvliegen dwarrelen de veren door de hele ruimte. De grote groep elfen vliegt af en aan met bloemen die ze met liefde in het haar van Famke weven. Als ze even de deur van de kapel openmaakt, stroomt de ruimte vol met insecten, slangen en hagedissen. De harde bank waarop ze zich heeft neergevlijd, wordt overdekt met veren die haar warm houden. In de ochtend verlaat ze de kapel en loopt verder door het bos dat langzaam overgaat in hoog gras met hoge witte pluimen. Ze hoort water. Zonder het te beseffen betreedt ze een grote tuin bezaaid met bloemen en kruiden. De geur van anijsplanten prikkelen haar neus. Ze vervolgt haar weg via de kleine paadjes. De beplanting wordt steeds dichter en wordt afgewisseld met vijvers. Het pad loopt glooiend naar boven verder de berg op. De vijvers zijn een oase voor vogels en insecten. De vogels fluiten luidkeels. Langs de berg sijpelt water naar beneden langs de muren van de rots. Door de tuin heen staan kruiken waaruit ook water stroomt. Famke loopt langs een ketting die aan een boom is bevestigd. Ze vindt het een beetje eng. Er zijn meer kettingen en ze waaien heen en weer in de wind en maken een metaalachtig geluid. De tuin begint wat opener te worden. Aan haar linkerkant ziet ze een tegel van een vrouw die zich omringt met groen. Dan beseft Famke dat de bomen in het bos echt levende denkende wezens zijn. Ze loopt via een pad naar een overdekte vijver vol met waterlelies. Als ze met haar benen in het water stapt schieten er honderden kleine slangen weg. Nu beseft ze pas dat ze in het domein is van een heks. Het pad gaat dwars door de berg. De begroeiing van de tuin verandert. Famke doet zich tegoed aan de vele jeneverbessen die langs het pad groeien. Verwonderd kijkt ze naar de bossen van cactussen die allemaal in bloei staan. Er groeien ook ronde vruchten aan de cactussen. Famke plukt ze en gaat op een grote steen zitten. De vruchten smaken heerlijk zoet. Als ze verder loopt begint de grond steeds roder van kleur te worden. Langs het pad zijn cirkels gemaakt van stenen. Dan loopt ze naar een open plek. In het midden staat een prachtige boom die in volle bloei staat. De bloemen hebben iets weg van orchideeën. Famke loopt tot het einde van de grote tuin. Er gaat een pad naar beneden. Ze ziet de zee en een ingang van een grot. De zee stroomt in en uit de enorme ruimte. Het water is kristalhelder blauw. Op de bodem zwemmen grote vissen. Ze loopt langs smalle trappen verder de grot in. Dan ziet ze midden in de grot een groot jacht liggen. Het is zwart met gouden randen. Famke beseft dat het schip van goud is. Als ze vol verwondering naar het schip kijkt, verschijnt er uit het niets een jonge vrouw. Ze verschijnt in viervoud. De kille stem zegt: ‘Ik verwacht je’. De vrouw lijkt te zweven en komt heel dicht bij het gezicht van Famke. Dan verdwijnt het in een grote zwarte wolk. Aan boord verschijnt een dikke kale kleine man. Hij stapt in een rubberboot en haalt Famke op bij de smalle trap. Het schip is als een paleis. Zelfs de kranen zijn van goud. Famke beseft dat ze weer één jaar en 1 dag in dienst moet blijven bij deze heks. De taken verschillen niet veel met de taken van de andere heksen. Hard werken en bijna niets kunnen eten. Ze krijgt een klein huisje toegewezen in de grote kruidentuin van de heks. Elke dag is het eiland stil. Het contact met levende wezens bestaat uit vogels en hagedissen. Elke dag zijn er opdrachten die ze moet uitvoeren. Ze maakt drankjes en zalven.

Vandaag moet ze een mondwater maken op basis van salie. De waterheks heeft vaak last van een naar ruikende geur uit haar mond. De heks is al 1000 jaar oud, maar ze heeft een lichaam van een jonge vrouw. Water is haar kracht, maar te veel water in haar lichaam is gevaarlijk. Met dranken en zalven probeert ze het ouder worden tegen te houden. Ook te veel water in haar lichaam wordt afgevoerd. Die dag staat er gestoomde mais met olie van chili en limoen op het menu. Zelf echt goed eten doet Famke niet. Af en toe neemt ze een stukje mais dat gestoomd is in een mandje dat in de grote kookpot hangt. In een aardewerken pot mengt ze olie, limoen, zeezout en chilipoeder. Ze smeert het mengsel over de mais en brengt deze naar de grot waar de heks vertoeft. De heks is nooit echt positief over Famke. Maar vandaag is een uitzondering. Ze krijgt zowaar een compliment voor haar salie drank. De kruidentuin bestaat uit goede aarde. De grond is vochtig genoeg en een beetje kleiachtig. De plantjes groeien goed in de aarde. Overal in de tuin groeien anijsplantjes. Famke heeft een grote mand vol met deze planten. Ze brouwt van het sap een witachtige alcohol. Ze vult flessen vol met sterk ruikende drank. Dit laat ze 6 weken rijpen in een geheime plek in haar huisje. Elke week smokkelt ze een fles naar de kapitein. De man helpt Famke met vis vangen voor het huisdier van de heks, De zeeslang woont diep in de grot en eet grote hoeveelheden vis. Zonder deze hulp zou ze nooit haar opdrachten klaarkrijgen. Famke leert snel. Ze eet hetzelfde als de heks en smeert dezelfde zalven op haar huid. De drankjes zijn heftig, maar maken haar pezig en welgevormd. De vele werkuren maken haar superslank. De heks is zeer in haar nopjes met Famke, maar laat dat niet merken. Die week krijgt ze haar eindexamenopdracht. Ze moet een olieachtig smeersel maken die je kunt verstuiven op iemands huid. De heks krijgt veel opdrachten van het vaste land. Haar klanten roepen haar hulp in. Ze betalen daarvoor heel veel geld. De heks zet dit om in goud dat ze verwerkt in haar schip. De heks roept Famke bij haar. In haar kamer. Staat op tafel een kristallen bol. Famke ziet in de bol een man van middelbare leeftijd. Hij gaat vreemd met meerdere vrouwen. Dan laat de heks Famke een vrouw zien van middelbare leeftijd. De heks zegt kil: “dit is onze opdrachtgeefster. We moeten haar man vermoorden. Je krijgt een week de tijd om het smeersel te maken.” Als Famke in haar kruidentuin zit, bedenkt ze een smeersel voor haar eindexamen. In de tuin verzamelt ze olijven die ze perst tot olie. De grote boom midden in de tuin heeft prachtig mooie bloemen. Die verwerkt ze tot een sterk ruikende olie. Dan gaat ze op zoek naar een sterk gif dat snel en grondig werkt. Ze loopt de grot in via de vele trappen. Diep in de grot is een meer dat verlicht wordt door lichtgroen licht. Hier kweekt de heks haar lievelingsdieren: Portugese oorlogsschepen. De kwallen hebben giftige lange tentakels. Famke moet zeer behoedzaam te werk gaan anders loopt ze zelf gevaar. Één aanraking met de tentakels is genoeg om gedood te worden. Ze heeft metalen handschoenen aan. Aan een vislijn heeft ze een mini visje zitten. Ze gooit de lijn in het water. Ze hoeft niet lang te wachten. De kwal valt het visje aan en met zijn tentakels brengt het dier het visje naar zijn bek. De vislijn is sterk genoeg om het beest aan land te trekken. Ze pakt het beest met haar metalen handschoenen en doet het in een grote tas. In haar kruidentuin verwijdert ze genoeg gif uit het beest. Ze heeft een flesje waar de olijfolie in zit. Hierbij doet ze een paar druppels gif. Daarna voegt ze de bloemenolie toe. Van het flesje maakt ze een verstuiver. Ze heeft de opdracht af en gaat voor een beoordeling naar de heks in de grot. Ze wordt door de kapitein naar het schip gevaren in zijn rubberboot. De heks zit aan een prachtig mooi gedekte tafel met gouden schalen en borden. In de kristallen glazen zit een rode vloeistof dat veel weg heeft van bloed. De heks zegt tegen Famke: “Tast toe”. Famke heeft geen trek meer bij het aanzien van de gerechten. Beleefd zegt ze dat ze geen trek heeft. Ze vertrouwt de heks niet. Dan zegt de heks: ‘Vanavond vertrek je met de kapitein. Jullie bestemming is Rio de Janeiro.” De lange bootreis geeft Famke de tijd om uit te rusten van haar zware jaar werken bij de heks. De kapitein doet verslag bij de heks. Famke bespreekt alles met hem. Als ze de stad naderen zien ze op de berg het beeld van Jezus die uitkijkt op land en zee. Het luxe schip heeft veel bekijks. Famke is op haar mooist door de rust en de leefstijl van de heks die ze heeft overgenomen. Bij één van de jetset feesten komt ze haar slachtoffer tegen. Zonder veel moeite weet ze hem voor zich te winnen. De zwoele avond eindigt met een hartstochtelijke kus. Ze spreken af om de dag daarop naar het strand te gaan. De man heeft een felgekleurde zwembroek aan. Zijn huid is bruin gebronsd. Famke begroet hem en zegt zwoel: “Schat, zal ik je rug even insmeren?”. Uit haar tas pakt ze haar flesje. Ze spuit de vloeistof gelijkmatig over zijn rug en benen. De man zegt: “Ik ga even zwemmen.” Famke ziet hoe de man door de golven zwemt. Dan ziet ze dat hij onder de golven verdwijnt. Of er niets is gebeurd blijft ze een tijdje op de handdoek liggen. Dan pakt ze haar spullen en verdwijnt. In een van de strandtentjes bestelt ze een kokosdrankje en loopt opgewekt terug naar het schip van de heks. Ze doet verslag bij de kapitein. Dan verschijnt uit het niets een diploma. Ze is geslaagd.