Lucia Smit 

Eenheid van het leven.



De Vuurheks:

 

Famke maakt lange wandelingen en doet verschillende dorpjes aan. Ze loopt door een oude stadspoort een typisch Frans dorpje binnen met een aantal huizen en een grote statige kerk. In de oude stadskern zijn nauwe kleine straatjes waar veel schilders en kunstenaars zich hebben gevestigd. De middeleeuwse huizen zijn opgetrokken uit grote grove stenen die ze uit de bergen hebben gehaald. Famke geniet van de sfeer in het dorp. Die is gemoedelijk en gezellig. Ze ruikt de geur van vers brood. De deur van de bakkerij staat open. In het smalle winkelstraatje zit een klein antiekwinkeltje. Buiten aan de gevel staan allerlei spulletjes. Een theekastje met daarop een antiek theeservies. Een kleine tafel met een oud tafellaken van kantwerk dat bewerkt is met gouddraad. Rond het tafeltje staan oude antieke Louis Seize stoelen. Het tafeltje is gedekt voor een theekransje. Er staat een beeldig serviesje op van Biscuit porselein. Het is gemaakt van doorschijnend email. Famke loopt door het kleine deurtje het winkeltje in. De plafonds zijn laag met grote eikenhouten bielzen. Het winkeltje staat vol met oude meubels. Door smalle gangetjes kun je door de winkel. Ze loopt voorzichtig om niets om te stoten. Als ze het volgende pad in loopt, ziet ze aan het einde van het pad op de vloer een dikke stok liggen. Aan het einde van de stok zit een V. De stok heeft veel weg van een wichelroede. Ze herkent het meteen. Famke heeft het bij de aardheks gezien. Ze wil de stok hebben en loopt naar de verkoopster. Dit is een kleine mollige vrouw met zwart lang krullend haar. De verkoopster kijkt haar doordringend aan met haar kleine ronde brilletje. Dan zegt ze heel koel. “De stok is niet te koop”. Famke is teleurgesteld. Ze wil de stok heel graag hebben. De verkoopster vraagt ”heb je zin in rozenthee? De bladeren komen uit mijn tuin.” Achter het antiekwinkeltje ligt een grote zonnige tuin op het zuiden. Er is de gehele dag volop zon. Famke loopt samen met de verkoopster naar het theehuisje wat achter in de tuin ligt. Het heeft uitzicht op een snellopende beek met helder drinkwater. De tuin staat vol met kruiden en planten. De lucht is overweldigend.  De verkoopster vult een grote koperen ketel met het water uit de beek en hangt het boven de open haard in het tuinhuisje. Uit een grootmetalen blik haalt de vrouw een hand vol roze rozenblaadjes en stopt ze in een zeefje. De geur van de thee brengt Famke van slag. Ze is van plan om zelf ook thee te gaan maken van rozen. De dames zitten op prachtig versierde houten stoelen met dikke kussens. Op de tafel staat een Japans porseleinen theeservies. De verkoopster pakt een schaal die versierd is met roze rozen en legt daar cake op met slagroom. Het geheel is afgemaakt met aardbeien en blaadjes mint. Als ze genieten van hun thee pakt de verkoopster een glazen bol die in een klein kastje verstopt zit. Ze kijkt in de bol en maakt een zuchtend geluid. Dan uit het niets zegt ze ’Je loopt gevaar in het bos waar je verblijft. De Aardheks heeft haar man veranderd in een weerwolf en op je afgestuurd om je te vermoorden.’ Er valt een onaangename stilte in het knusse theehuisje. De muren van het theehuisje zijn betegeld met Portugese tegels wat het geheel wat druk maakt. De verkoopster serveert nogmaals een heerlijk geurend kopje rozenthee aan Famke. Dan kijkt ze in haar glazen bol. Famke kijkt mee en ziet zichzelf. De verkoopster ziet een oude man. Hij is klein en gedrongen en heeft lang grijs haar en een lange baard. Hij staat bij de caravan van Famke. Bij volle maan verandert hij in een weerwolf. Zijn handen en nagels worden klauwen. Zijn nagels zijn scherp als messen. Famke schrikt van deze boodschap. Waar moet ze heen? Ze heeft immers bijna geen geld. De caravan en de kleine auto zijn alles wat ze bezit. De verkoopster kijkt bedenkelijk en zegt ‘We gaan je caravan nu halen en je kan voorlopig bij mijn broer verblijven. Hij woont in een boerderij hier heel vlakbij.” De caravan weghalen van het landgoed van de aardheks gaat niet zonder gevaar. Haar diensttijd bij de heks zit er nog niet helemaal op. Ze is daar pas een paar maanden en dat is niet genoeg. Als heksen leerling moet je één jaar en één dag in dienst blijven. Zo vlug ze kan rijdt ze het landgoed af. Het is anderhalf uur rijden naar haar nieuwe verblijfplaats. De zenuwen gieren door haar lichaam. Haar angst voor de heks is groot. De zweetdruppels druppelen langs haar nek in haar blouse. Ze rijden op een oude landweg die niet geasfalteerd is. Dan verschijnt een oude witte hoeve die omringd is met uitgestrekte weilanden. Famke rijdt de lange oprijlaan op. De laan staat vol met essenbomen die volop in purperrode bloempluimen staan. De verkoopster plukt een mand vol bloesem van één boom en snijdt met haar mes een inkeping in de schors. Daaronder plaatst ze een bakje. Uit de boom stroomt een zoete geelwitte vloeistof. De verkoopster zegt tegen Famke “Dit is manna”. Dit kunnen we gebruiken met een kompres als je gewond raakt door een beet van een weerwolf. Haar broer komt net door de deur van de hoeve en begroet hen. Samen lopen ze door de poort van de boerderij. De deuren zijn gemaakt van donker eikenhout. Op de binnenplaats is het gezellig ingericht. Er is een ruime veranda die vol staat met planten en rieten stoelen. Famke neemt plaats op een rieten stoel en raakt aan de praat met de boerenfamilie. De verkoopster zorgt voor verse bloesem thee met honing.  Famke wil niet gratis verblijven op de hoeve. Ze zal zich nuttig maken. Ze wil op een stuk weiland een kleine wijngaard gaan aanleggen. De kennis die ze de laatste maanden heeft opgedaan in het kasteel zal ze goed kunnen gebruiken. De verkoopster wil graag dat Famke helpt bij het geven van workshops. In de oude hoeve vinden regelmatig bijeenkomsten plaats. Famke heeft een groot wicca boek gekocht in een klein boekwinkeltje dat in dezelfde straat zit als de antiekwinkel van de verkoopster. Ze zal dit boek gebruiken om zich voor te bereiden op haar moeilijke taak. De boer vindt het een prima idee om een wijngaard aan te leggen. Famke mag de wichelroede van de verkoopster lenen om te bepalen waar de juiste aardstroom is. Famke zal daar haar caravan neerzetten en beginnen met haar werk. Het duurt uren voordat ze de juiste plek gevonden heeft. De boerderij heeft uitgestrekte weilanden. Aan de rand van zijn perceel vindt Famke de uitgesproken goede plek en slaat de eerste paal in de grond voor de wijngaard. De kleine caravan wordt door de boer gebracht met zijn tractor. Famke is de familie super dankbaar dat ze bij hen mag wonen. Uit dankbaarheid zal ze al haar tijd steken in het voorbereiden van de bijeenkomsten. Als de caravan op zijn plek staat, begint Famke met het inrichten van de tuin. De eerste wijnstronken plant ze met veel liefde in de vruchtbare grond. Van de grond die ze overhoudt, maakt ze klei. Van die klei maakt ze 4 dobbelstenen met tekens die lijken op de tekens uit haar boek. De runen zullen haar helpen bij het voorspellen van de toekomst. In de klei maakt ze met een mesje de symbolen. De symbolen zijn al eeuwen oud en werden gebruikt door mensen van IJsland en andere Europese landen. Het Wicca boek heeft een heftige aantrekkingskracht op Famke. Ze wordt helemaal in het boek getrokken. Als ze weer druk bezig is met haar wijnstronken ziet ze de eerste reptielen verschijnen. De bekende kleine giftige slangen met bruine huid en driehoekjes die donkerbruin zijn. Ze is totaal niet bang en stopt ze in een pot en brengt ze naar het bos, wat grenst aan de weilanden van de boer. De bomen zijn wel driehonderd jaar oud. Het is dicht begroeid en moeilijk te betreden. Door al haar werk is ze ’s avonds doodmoe. Toch heeft ze visioenen. Ze ziet een witte heks die in het oeroude bos woont. Als ze wakker wordt, kijkt ze door het raampje van haar caravan en ziet ze dat het volle maan is. Witte lange slierten glijden over het weiland. Als ze ’s morgens wakker wordt, is ze toch uitgeslapen. Ze pakt een rugzak in en loopt naar de tuin. Daar eet ze tomaten met een muffin. De tuin ligt er prachtig bij. Famke heeft een kookpot in haar tuin staan. Daar kookt ze haar rozen thee in. De rozenblaadjes uit haar tuin zijn zalig. De thee geeft haar de energie die ze nodig heeft om het bos in te trekken. De nevel hangt nog tussen de bomen en struiken. Het ruikt fris en naar bloemen. Ze loopt door een laan met oude eikenbomen. De eekhoorns springen van tak tot tak. Aan het einde van de laan wordt het bos ruiger. Ze loopt recht af op een verscholen vijver. Ze besluit een bad te nemen in de kleine vijver. Het is niet groter dan een badkuip. De zon begint het bos te verwarmen. Famke geniet van haar bad. Er valt een onaangename stilte in het bos. Geen vogel zingt er meer. Dan vanuit het niets verschijnt er een oude magere vrouw met kort grijs haar met op haar rug een grote zak met planten. Met een naar krakende stem zegt ze ‘Wat doe jij daar in mijn vijver?’ Famke schrikt en kijkt naar de oude vrouw. Ze herkent haar als de vrouw uit haar visioen. De oude vrouw kijkt haar aan en zegt: ‘Jij komt bij mij werken en dan zal ik je alles leren over de werking van edelstenen.’ Uit een klein zakje haalt ze een paar stenen en legt deze in de hand van Famke. Dan zegt de heks: ‘Je moet heel erg zuinig en voorzichtig zijn met deze stenen. Ze bezitten magische krachten. Doe ze maar gauw weer in het zakje.’ Samen lopen ze naar een oud huisje dat midden in het bos ligt. Onder het afdakje staat een oude bank met dikke kussens. Famke mag daar plaatsnemen en ziet op het tafeltje voor haar een grote groene levende kikker zitten. Het beest zit in de lotushouding. Het lijkt of hij aan het mediteren is. De heks heeft de zware zak met planten van haar rug gehaald en neergezet bij de tuindeur, Ze zegt ‘Kan jij de planten er voor me uithalen en te drogen leggen op het dak van het rieten schuurtje in de tuin?’. Tijdens het neerleggen van de planten strijkt er een grote kraai naast haar neer. De kraai kan praten. Hij vertelt wat voor kruiden Famke op het dak legt. Met duidelijke stem zegt hij: ‘Dit is salie en dat is vrouwenmantel.’ Dan komt er een mooie bos bloemen uit de zak. De vogel zegt: ’Dit is rode zonnehoed, madelief, korenbloem, lavendel, goudsbloem en kamille. Op de bodem liggen alleen maar stukken wortel. De kraai zegt:’ Dit is smeerwortel en adderwortel.’ Dan staat de heks opeens naast Famke. De heks mompelt een spreuk en de arme vogel valt dood van zijn tak. Boos kijkt Famke de heks aan. Ze zegt: ‘Waarom doe je dat? Die vogel deed je geen kwaad’. ‘Ja, dat deed hij wel. Hij vertelde je wat voor kruiden je uit de zak haalde. Daarom moest hij sterven.’ Famke is zo boos dat ze besluit om weg te gaan. Maar het is te laat, ze kan niet van het erf af. Als ze probeert weg te komen, blijft ze vastzitten in een weefsel van gekleurde draden. Ze mag van de heks niet weg. Ze moet logeren in het kleine huisje. Als ze de huiskamer betreedt, ziet ze een oude open haard met een grote koperen pan. De heks zegt’ Heb je de wortels schoongespoeld en in kleine stukjes gesneden?’ De wortels verdwijnen in de kookpot en worden gekookt. In een andere pan stopt de heks olie en water en een bindmiddel dat bestaat uit kokospoeder. De smeerwortel stopt ze in een doek en laat het uitlekken boven de andere pot met het mengsel. Met een garde roert ze voorzichtig tot het dik genoeg is. De heks heeft een klein flesje. Ze gooit een paar druppels door de zalf. De heks zegt ”Deze zalf helpt tegen verstuikingen en kneuzingen. De magische werking is dat je niets kwijtraakt als je deze wortel in je koffer of tas doet. Gauw pakt Famke een stukje wortel en doet deze in haar rugzak. De zalf is klaar. Alle potjes moet ze eerst reinigen met alcohol van 70 % om te voorkomen dat er bacteriën bij kunnen. Anders zou de zalf zo weer bedorven zijn. Grote partijen zalf maken ze samen. Een groot aantal potjes doet Famke in haar rugzak. Van de Adderwortel maken ze thee. Ook deze wortel doet ze in haar rugzak. Famke is doodmoe en blij als ze van de heks iets te eten krijgt. De heks lijkt niets te eten waar Famke bij is. Als Famke naar bed mag, is het al na twaalf uur. De heks schijnt ook nooit te slapen. Famke loopt een smalle trap op naar een klein kamertje boven in het huisje. Als ze door het ronde raampje kijkt, ziet ze iemand op het veld staan. De persoon vliegt weg op een bezem. Ze beseft dat ze alleen is. Zo moe ze ook is, wil ze vluchten van het erf. Zo vlug ze kan pakt ze haar rugzak en gaat de smalle trap af. Via de voordeur verlaat ze zonder probleem het huisje. Het bos is donker en koud en vochtig. Ze dwaalt uren door het bos en kan geen hand voor ogen zien. Gelukkig heeft ze aanknopingspunten om uit het bos te komen. Ze weet de oude eikenbomen terug te vinden. Via de lange laan loopt ze weer naar het erf van de boer. Als ze bij haar caravan aankomt, is ze zielsgelukkig. Doodmoe valt ze in slaap in haar eigen bed. De volgende dag gaat ze naar de witte hoeve. Ze was vergeten dat ze die dag verwacht werd. Ze moet een bijeenkomst houden met haar wicca boek. De boer is blij dat ze er is en zegt: ‘Je bent precies op tijd. De groep leerlingen zit al op je te wachten.’ Famke pakt uit haar rugzak haar boek en loopt de kleine zaal binnen van de boerderij. Vriendelijk begroet ze iedereen en zegt; ‘We gaan op de grond in een kring zitten. Famke slaat haar wicca boek open en wil beginnen met voorlezen. Dan ziet ze op één van de bladzijden het gezicht van de heks verschijnen. De zin die op de bladzijde verschijnt doet Famke verstijven. Het beveelt haar om terug te keren naar het huisje in het bos. Famke legt het recept uit van de smeerwortel. Iedere leerling krijgt een potje. Dan pakt ze haar zakje met edelstenen. Ze graait erin en laat de leerlingen de stenen zien: toermalijn, peridot, lapis Lazuli, kristal, amethist. De kristal stukjes doet ze in een Abelone schelp die vult ze met een beetje water. Dit zuivert de ruimte van negatieve energieën. De hele ruimte verlicht ze met kaarsen. Het zaaltje vult zich met de lucht van de vele kaarsen. Dan pakt ze haar runen dobbelstenen en gooit deze op de grond. Ze vraagt aan één leerling “Wil jij je toekomst weten?” De leerling vindt het prima. De stenen rollen over de grond. De uitslag valt heel gunstig uit. Al gauw wil iedereen zijn toekomst weten. De eerste les is super goed verlopen. Famke vertrekt naar haar caravan. Ze loopt over het weiland en dan ziet ze in de wolken een zwarte lijn met een zwart puntje en daarachter een pluim vuur. Het voorwerp vliegt razendsnel. Ze tuurt naar boven. Dan komt de zwarte vlek steeds dichterbij. Het is de heks op haar bezemsteel. Famke rent naar haar caravan, maar haalt deze net niet. Met bovenmenselijke kracht wordt ze op de bezem getrokken. Met een noodvaart vliegt de heks door het bos. Ze landt naast haar huisje op een veilig stuk weiland. Famke ziet een bord. Het geeft aan dat er laagvliegende heksen langs kunnen komen. Er zit niets anders op dan met de heks mee te gaan. Ze lopen de uitgestrekte tuin in. Overal ziet ze kringen op de vloer. Elke kring heeft zijn eigen kleur grond. In het midden van de kring ziet ze as liggen. Die avond is een ritueel gaande. Famke kijkt vanuit haar kamer wat de groep heksen aan het doen is. Er is op de grond een cirkel met 36 stenen. De kring is een medicijnwiel die de kringloop van het leven weergeeft. In het midden is de scheppingssteen, met daaromheen een kleine cirkel van zeven stenen. Moeder aarde, vader zon, grootmoeder maan en de vier elementen vuur, aarde, lucht en water. In de buitenste cirkel liggen de stenen die de specifieke natuurkrachten van de vier windrichtingen vertegenwoordigen en de twaalf stenen voor ieder dierenriemteken. Drie stenen op elk van de vier windrichtingen verbinden de buitenste met de binnenste cirkel. Deze verbindingen worden de geestelijke paden genoemd en vormen een kruis. Ieder van de twaalf stenen op de geestelijke paden vertegenwoordigt een kwaliteit in het leven zoals helderheid, wijsheid, inzicht, groei, liefde, levenservaring, inkeer, kracht, zuiverheid, inspiratie, vertrouwen en reiniging. Famke volgt de vrouwen met hun ritueel. Dan herkent ze één heks. Het is de Aardheks. Famke beseft dat ze nog steeds in de macht is van deze vrouw. Dan opeens ziet ze dat de Aardheks naar haar raam kijkt. Snel duikt Famke weg. De Vuurheks roept hard in alle windrichtingen haar dank uit aan de elementen. De heksen ondergaan een ritueel. Als het ritueel voorbij is vervalt de tuin in een donkere massa. Als Famke de volgende dag wakker wordt, staat haar een lange dag te wachten met hard werken. Ontbijten daar doet de heks niet aan. Famke eet fruit en groente uit de uitgestrekte tuin. Ze heeft twee recepten van de Vuurheks gekregen die ze moet bereiden in de grote kookpot die in de tuin staat. Ze opent haar Wicca boek en zoekt onder Magische Verjongingsmiddelen: 

1. Gezichtsmasker

Schil een rauwe aardappel en wrijf hem fijn door een zeef. Voeg aan het verkregen aardappelsap 1 snufje zeezout toe en breng het mengsel op gezicht en keel aan. Na een inwerktijd van een half uur wast u gezicht en keel goed schoon met ezelinnenmelk.

2. Lichaamsolie: 

Plet een pad of een kikker en kook deze in de kookpot tot deze goed gaar is. Verwijder huid, botten en vlees. Voeg bij deze bouillon een buidel van kruiden toe van paardenbloem bladeren, wortel (zorgt voor een gladde huid), ogentroost (verwijdert rimpels en wallen onder de ogen), madelief (geneest de huid van wratten en bulten), korenbloem (geeft een verzachtende werking op de huid), klis (helpt de huid herstellen) en kaasjeskruid (verzacht de huid).

Famke maakt recept 2. Ze gaat op zoek naar een vette pad in de uitgestrekte tuin. Na lang zoeken vindt ze een grote dikke pad. Het arme dier wordt geplet en nog half levend in de kookpot gegooid en langzaam klaargestoomd. Famke heeft in de kruidentuin alle kruiden verzameld en in een stuk doek gewikkeld. De pad is zo gaar dat alles losgelaten heeft, Famke gooit het mengsel door een doek en laat het uitdruipen in een andere pot. Dan kookt ze de kruiden in een mengsel van water en slangengif. De verbinding van deze stoffen geeft een magische chemische reactie. Als het recept klaar is doet ze alle bestanddelen weer bij elkaar en laat het afkoelen. Het is een olieachtige gel geworden. Ze doet alle olie in verschillende kleine flesjes. Ze steekt een heel groot aantal flesjes in haar rugzak. Die avond voeren de heksen een verjongingsritueel uit. Famke moet de heksen insmeren met de zelfgemaakte olie. Hiervoor gebruikt ze schelpen. Met de zachte ronde kant van de schelpen verspreidt ze de olie over de oude gerimpelde huiden. De olie trekt langzaam in de huid van de heksen. De maan staat hoog boven in de hemel. Dan ziet Famke de heksen veranderen. Hun huid is glanzend en zonder enige rimpel.

Als de heksen die nacht op hun bezemstelen verdwijnen, vlucht Famke weer door de voordeur het bos in. Veilig weet ze haar caravan te bereiken, ze valt doodmoe in slaap. De volgende ochtend heeft ze een nieuw onderwerp voor haar workshop die ze in de hoeve moet geven. Na een vermoeiende dag loopt ze weer terug over het weiland naar haar caravan. Maar net als de vorige keer wordt ze door de heks ontvoerd. Eén jaar en 1 dag moet Famke voor de Vuurheks blijven werken. Als haar diensttijd erop zit, heeft ze een hele goede naam opgebouwd in de wijde omgeving. Haar tuin en caravan wordt dagelijks bezocht door vele mensen die haar hulp nodig hebben