Lucia Smit 

Eenheid van het leven.


.

Famke en de toverstaf:

 

Het is een koude herfstige dag en Famke zit onderuitgezakt in haar fauteuil. Famke maakt een waterpijp klaar, ze vult aluminiumfolie met tabak en duzelappel en steekt deze aan. Ze lurkt aan de tuit van haar waterpijp. De duzelappel doet al gauw zijn werk. Eindelijk komen er nieuwe ideeën in het hoofd van Famke de heks. In haar werk kamer ligt het vol met schrijfblaadjes met daarop scheikundige formules. Haar kookpot staat al uren te pruttelen. Famke wil kristallen gaan maken. Ze heeft haar pot Aluin uit haar kruidentuin meegenomen. (Aluin is een aluminiumverbinding. Het bestaat uit het dubbelzout van aluminiumsulfaat en kaliumsulfaat en het bevat kristalwater.) Famke gooit Aluin in het kokende water, alles wat ze heeft verdwijnt in haar kookpot. Ze blijft roeren tot alles is opgelost. Ze pakt haar toverstaf van de plank die bezet is met kristal en spreekt met het kristal. “O lief kristal wat ben je toch mooi”. De staf heeft een behoorlijke scheur in de kristallen bovenlaag. 
Famke zegt " ik ga jou gauw beter maken". Ze doet het mengsel in een grote glazen pot. Over de pot spant ze een draad en in het midden hangt ze de toverstok. Bij het mengsel strooit ze goudpoeder en diamant gruis. Ze plaatst de pot op een veilige plek in de kelder van het kasteel. Het kristal zal groeien. Ze zingt een oeroud heksen lied om de bovenlaag te transformeren, zodat het weer bruikbaar is. Famke gaat helemaal op in haar gezang. In alle hoeken van het kasteel is het hoorbaar. Na lang zingen is ze totaal uitgeput en ploft weer in haar fauteuil. Ze pakt haar waterpijp en lurkt zich in slaap.

De vreemde droom:

Ze zweeft in het kasteel en ziet haar lichaam zitten in de stoel. Oeps, denkt Famke hoe krijg ik mijn lichaam terug. Voor ze het door heeft zweeft ze buiten door de tuin. In de lucht zijn donkergrijze wolken, het begint te bliksemen. Famke ziet dat de bliksem de grond raakt. Precies waar de inslag plaats vindt zit een grote pad. Het arme dier is opslag dood. In zijn kop groeit razendsnel een paddesteen. Famke roept “dat is nu precies wat ik nodig heb”. De Ceraunius kan me helpen om weer in mijn lichaam terug te kunnen keren. Ze pakt de kop van de pad en zweeft terug naar haar werkkamer. Met een plof valt ze terug in haar lichaam. Als ze wakker wordt ligt de dode pad op haar schoot. Uit zijn hoofd steekt een steen die hol is. Er zit een zeer kleine opening in. Famke besluit de steen te gebruiken voor een amulet die ze om haar nek kan hangen. De paddesteen plaatst Famke in het midden van de amulet. Ze gebruikt een zeer giftige slang om de steen te beschermen. De amulet helpt Famke bij het maken van brouwsels. Als Famke verkeerde stoffen door elkaar mengt die giftig en dodelijk zijn verkleurd de paddesteen. Dan Weet Famke dat ze zou vlug mogelijk de ruimte moet verlaten. Famke wil net haar sieraad om haar nek doen, als ze een klap hoort op het dak van haar werkkamer. Het dak van de toren is glibberig door alg en mossen die Famke kweekt. Ze ziet een klein pakketje liggen met daarop een koninklijk stempel. Famke klautert weer in haar werkkamer en maakt het pakketje open, er verschijnt een stapeltje formulieren met geheimzinnige spreuken. In het pakketje zit ook een klein lotusbloempje in een flesje. Famke kijkt er verbaasd naar. Ze denkt: " Hoe kan die bloem zo klein zijn". Er hangt een piepklein briefje aan. Met de tekst "O, parel in de lotusbloem ik eer u wijsheid". Het geschenk is van de Gele Keizer. Famke laat zich niet door de keizer paaien, ze wil dat de keizer zich aan zijn afspraak houdt. De Komodo draak kan elk moment arriveren. Famke hoort weer een klap op haar dak. Wederom klautert ze het dak op. Tot haar grote verbazing ligt er weer een pakketje. Zingend van plezier pakt ze het pakketje, ze is dol op verrassingen. Uitgeput valt ze met een plof in haar fauteuil. Voorzichtig verwijdert ze het papier er komt een piepklein kooitje uit met daarin een piepkleine draak. Famke leest de bijgestuurde formulieren met spreuken. Ze moet zelf de draak weer op goede grote toveren. Het lotusbloempje kan ze gebruiken om te oefenen. Famke zet het kooitje op een plank waar veel zonlicht op valt. Ze voert haar draakje met mieren die ze verzamelt in haar kruidentuin. Zijn giftige slijm vangt ze op in een klein flesje dit gaat ze gebruiken voor haar brouwsels om mensen te vermoorden. Het slijm is uitstekend en langzaam werkend. Het duurt een tijdje voor dat iemand eraan sterft. Dat geeft Famke de kans om onopgemerkt weg te komen. Ze leest de bij gestuurde stukken van de keizer. De spreuken zitten in een leren kaft van krokodillen leer . Ze wacht tot het juiste moment om de Komodo draak weer groot te toveren.  Eerst gaat ze oefenen met het lotusbloempje. Hele dagen oefent ze, maar het lotusbloempje wil maar niet groter worden. Haar stem is schor van het herhalen van de woorden. Famke denkt “geduld hebben”. Gelukkig is haar toverstaf weer helemaal bedekt met een kristalen bovenlaag. Ze vraagt lief: " wil je me helpen lieve toverstaf ". Het kristal licht op en er verschijnt een mintgroene kleur. Het is al donker en er is een supersneeuwmaan aan de hemel. Het zal veel kouder gaan worden. De stand van de maan voorspelt het weer van de komende weken. Famke besluit in haar tuin verder te gaan oefenen. In haar tuin staan oeroude gele zeepbomen in de avond schijnen de bloemen als mooie gele kaarsen in het felle maanlicht. Achter één van de bomen verschijnt een geest die de vorm aanneemt van een vossen nachtvlinder. Famke ruikt de zoete geur van sabelhout wierrook. Ze kijkt nieuwsgierig om zich heen. Het wezen fladdert rond haar hoofd. De geest probeert de honing uit de lotusbloem te zuigen. Als Famke haar wil verjagen neemt de vlinder weer de vorm aan van een geest. Het is een gevaarlijk boven natuurlijk wezen. Dit keer veranderd de geest in een feeachtig wezentje. Famke grijpt wezentje vast en tikt het met haar toverstof aan. De huid van het wezentje verschrompeld tot poeder. Famke stopt het poeder in een klein zakje en trekt het koortje dicht. De tuin van Famke begint langzamerhand te lijken op een dierentuin met magische wezens. In haar vijver woont een hele grote schildpad met een drakenkop. Het beest is oud en wijs en kan Famke helpen bij het om toveren van de lotusbloem.



 .