Lucia Smit 

Eenheid van het leven.


De Heks van Orion:   

Tegen de avond stopt Famke bij een oud chateau. Het ligt geheel verscholen tussen struiken en bomen. Aan de tuin is al jaren niets gedaan. Ze loopt door de grote tuin naar de brug die naar het kasteel leidt. In het kasteel woont een oud echtpaar. Famke vraagt of ze een nacht in het kasteel mag verblijven. In ruil voor werkzaamheden die ze kan verrichten. Het echtpaar is blij met een beetje hulp. De fragiele oude man brengt Famke naar haar kamer boven in het grote kasteel. Wat dateert uit 1600. Famke is onder de indruk van de vele originele kenmerken. De grote kamers met grote schouwen. De grote Chinese zitkamer. De vloeren hebben antieke tegels en dit wordt afgewisseld met parketvloer van exclusief rozenhout. De muren hebben nog het oude behang dat gemaakt is van zijde. De bovenverdieping heeft 36 slaapkamers in alle slaapkamers zijn grote open haarden die vervaardigd zijn van wit marmer. Alle plafonds zijn versierd met ornamenten. Haar slaapkamer is in de Empirestijl.  Het is een koninklijke kamer met een groot Romeins hemelbed dat met gordijnen is afgedekt. Famke schuift de gordijnen weg er staan naast het bed twee grote engelen ze pakt de gordijnen en legt ze over de armen van de twee grote beelden. Het bed is zo indrukwekkend. Het gordijn reikt tot het plafond en wordt bijeengehouden door een gouden kroon. De oude man vertelt aan Famke dat lang geleden een koning in het bed heeft geslapen. Aan het plafond hangt een grote kristallen kroonluchter, die vol zit met stof. Famke gaat met de oude man naar de Chinese zitkamer de muren zijn bedekt met zijde dat beschilderd is. De kamer is een mengelmoes van Chinese taferelen en Romeinse afbeeldingen. Er staan grote banken die hun beste tijd wel gehad hebben. Door de hele kamer staan kaarsen. Wat de ruimte een magische uitstraling geeft. De oude mensen kijken naar Famke en dan begint de oude dame te praten: ‘je bent net op tijd’. ‘Het wordt tijd dat wij weer naar Orion vertrekken’. Famke voelt haar maag omdraaien. De twee oude mensen veranderen van vorm. Ze ziet twee zeer oude hagedismensen voor zich. ‘Je ziet het goed wij zijn bijna duizend jaar oud’. ‘We zijn niet onsterfelijk ook wij sterven’. ‘Dat doen we graag in ons eigen wereld’. Jij kan hier blijven en het kasteel in oude staat terugbrengen’. Vannacht worden we opgehaald. We zullen eerst beneden in het kasteel gaan acclimatiseren in de grote vijver. Beneden in de vijver is een grot daar is een grote ruimte. Daar zijn onze broeders die ons naar huis gaan brengen. Die nacht slaapt Famke heerlijk in haar koninklijke hemelbed. Als ze s'morgens wakker wordt zijn de oudelui uit het kasteel verdwenen. Ze gaat op onderzoek in de grote tuin en vindt een overwoekerde oranjerie. Ze begint buiten de tuin in orde te brengen.  De oranjerie komt weer tevoorschijn. Ze is weken bezig om de rozen weer in goede gezondheid te krijgen. Niets staat haar in de weg om rozen wijn te gaan destilleren. De struiken bloeien weer op door de warme temperatuur van de ruimte. Famke heeft zonnepanelen op het dak geplaatst. De oudste rozenstruiken komen uit Azië. Ze zijn door de eerste bewoner meegenomen. Famke hoort van een dorpsbewoner dat er nog een portret in de kleine kerk hangt van die bewoner. Famke is zo nieuwsgierig dat ze gaat kijken. Ze loopt door een grote verwilderde tuin naar het kerkje. Het doet wat griezelig aan. Als ze de deur opentrekt komt er een muffe lucht naar buiten van schimmel en bedorven water. De ruimte is donker dus doet Famke haar zaklantaarn aan en loopt door de kerk. Ze ziet het schilderij hangen en verlicht het met haar zaklantaarn. Ze schrikt want ze herkent de man die haar aankijkt. Dan hoort ze op de achtergrond de deur dicht slaan. Ze kijkt om en ziet een schim door de ruimte lopen. Het komt achter een pilaar vandaan. Het wezen neemt een menselijke vorm aan. Famke probeert nog weg te komen. Maar het wezen is sneller ze wordt vastgeklemd door stevige armen. Ze kan geen kant op, het wezen beweegt met grote snelheid. Voor ze kan gillen verdwijnen ze in een graf. De graftegel heeft zich vanzelf geopend en het wezen verdwijnt in het bedorven stilstaande water onder de kerk. Famke verliest het bewustzijn en wordt wakker heel diep onder de grond Ze bevindt zich in een oud gangenstelsel, hoe lang ze buiten bewustzijn is geweest weet ze niet meer. Haar zaklantaarn heeft ze gelukkig nog. Ze loopt uren te zoeken naar een uitgang. Gelukkig ziet ze in de verte een kleine lichtvlek. Als ze de grot uitloopt is ze in een oud bos.