Lucia Smit 

Eenheid van het leven.



  


Famke en de gouden Tijger:

Het is een warme namiddag en Famke is ijverig bezig met haar poppenhuizen. Voor haar staat een groot statig herenhuis, dat voorzien is van een oer Nederlandse trapgevel. De muren van de huiskamer beschildert ze met prachtige Chinese rozen en kolibries. Op de vloeren plakt ze kleine plavuizen van Jade. Het is een super lange werkdag geweest en Famke besluit een kleine wandeling te gaan maken. Het huis van de heks grenst aan een oeroud bos met grote thuja bomen, vijgenbomen, Chinese paardenkastanje en Banyanbomen. Famke loopt dieper het woud in en hoort geschreeuw, dat diep door het woud heen galmt. Tussen de bomen heen gluurt Famke, om te zien wat voor vogel dit geluid maakt. Tot haar grote verbazing ziet ze een prachtige zwarte vogel met onder zijn snavel oranje veren die hij opzet om te imponeren. Zijn lange staartveren zijn ook oranje, de vogel draait in het rond met zijn veren recht omhoog. Als Famke dichter in de buurt komt van de vogel begint hij tegen Famke te schreeuwen. Het geluid wat uit de vogel komt is oorverdovend hard. De vogel voelt zich bedreigd en begint aan te vallen. Famke haalt uit haar rugzak wat zaden die ze verzameld heeft en blaadjes van de betoverende waterlelie. De vogel kalmeert en pikt de zaden en blaadjes op van de grond. Dan ziet ze achter een vijgenboom een grote gouden tijger. Een prachtig mooi dier met een felgeel lichaam en bruine strepen. De tijger springt op de vogel met een oorverdovend lawaai verdwijnt de vogel in de bek van de tijger. De betoverde blaadjes beginnen te werken en de tijger krimpt. Het dier is piepklein, maar heeft dat zelf niet in de gaten. Het gromt naar Famke en wil haar krabben. Famke moet hard lachen en stopt de tijger in een klein zelf gemaakt kooitje. De tijger zou niet misstaan in één van haar poppenhuizen. Ze hangt het kooitje aan een leren riempje van haar rugzak en loopt dieper het bos in. Al mediterend loopt ze door. Als ze aan de rand van het bos is ziet ze een klein dorpje met mooie houten huizen. De dorpelingen dragen prachtige kleren met veel borduursel en zilveren sieraden. Famke wordt uitgenodigd bij de stamoudste die midden in het dorp woont. Speciaal voor Famke wordt er een theeceremonie gehouden, de dorpelingen willen hun respect naar haar tonen. De kooi met de gouden tijger trekt veel aandacht en Famke roept “wie wil mijn mooie tijgertje kopen”. De dorpsoudste zegt ” geef mij die mooie tijger”. Lachend zegt Famke: " mijn prijs is veel hoger dan u kunt betalen". Famke mag kiezen uit de mooiste gewaden die dorpelingen zelf gemaakt hebben. Ze kiest een licht blauwe zijde jurk met geborduurde kraanvogels uit, en maakt een speciale thee voor de stamoudste. Tijdens de theeceremonie worden alle dorpelingen piep klein. Alleen Famke blijft op haar eigen lengte. Ze kijkt op de dorpelingen neer en begint met een lange uithaal te lachen. De dorpelingen zijn erg onder de indruk van Famke haar toverkunsten. Het laatste kopje thee bereid ze met haar magische toverdrankje en bij toverslag zijn de dorpelingen weer normaal van lengte. Onder luid applaus krijgt Famke van de stamoudste een zilveren ketting om haar nek. De ketting is een halve maan met daarop twee draken die vliegen tussen de sterren, in het midden is een cirkel met een spinnenweb. Aan de onderkant van de ketting hangen 9 kettinkjes met sterren en belletjes. Als de theeceremonie afgelopen is gaat de deur van het vertrek open. In de deuropening zit een man in de lotushouding op een verkleinde draak. Hij heeft een felgeel gewaad aan wat licht geeft. De dorpelingen juichen van opwinding, ze denken dat Famke nog meer toverkunsten laat zien. Famke kijkt vol verbazing maar weet wie de man is. Langzaam zien de dorpelingen hem vervagen en er verschijnt damp die langzaam vervaagd. Het applaus is oorverdovend en mensen blijven maar klappen in hun handen. Famke is de magiër waar de dorpelingen zo lang op gewacht hebben. Ze beseft dat ze nog langer in het dorpje zal moeten blijven. Wel 1 jaar en 1 dag.

De dorpelingen bieden Famke een klein houten huis aan, midden in het dorp. Het is de perfecte plek om haar voor te bereiden op haar zware opdracht Het is midden in de nacht en in het kleine huisje van Famke brandt nog licht. In het midden van de kleine huiskamer heeft ze haar kookpot opgesteld. Het vuur onder de kookpot is precies op goede temperatuur voor haar nieuwe drankje, dat ze gaat brouwen. Uit haar rugzak pakt ze wolfskers ook wel doodkruid genoemd. Ze heeft het kruid laten weken in alcohol. Ze gooit het in de kookpot. Ze vult de kookpot met zwarte slangenwortel en zwavelpoeder. Als het drankje klaar is, doet ze een krachtige toverspreuk om de werking te versterken. Op het etiket schrijft ze: “De Bell “.  Door Famke haar toverspreuk is het drankje geheel doorzichtig, het lijkt op water. Ze vult negen flesjes die ze gaat gebruiken bij een nieuw ritueel. Op negen plekken op de aarde gaat ze monolieten plaatsen (een naald). De kunstwerken zijn van puur zilver en hol vanbinnen, in de binnenkant zit een glazen buis die ze vult met kwik. De monolieten plaatst ze midden in woestijnen. Door de extreme warmte gaat het kwik in de monolieten stijgen en is een goede geleider voor de vrijgekomen aardstraling, die vrijkomt in de punt van de zilveren naald. Famke is van plan om een web te maken van draden aardstraling. Door de verbinding tussen de negen zuilen wordt een magnetisch veld om de aarde gecreëerd. De negen zilveren monolieten symboliseren de negen grootste en machtige keizers die de aarde ooit gekend heeft.