Lucia Smit 

Eenheid van het leven.







De Aardheks

Het is 3 uur ’s nachts als Famke uit haar bed stapt. Ze woont tijdelijk in een kleine caravan die ze midden in een Frans bos heeft neergezet. Het is volle maan en er hangt mist tussen de vele dennenbomen. Sommige bomen zijn honderden jaren oud. Famke kan niet slapen. Ze blijft maar piekeren. De afgelopen tijd is er te veel gebeurt. Haar ouders zijn overleden in een dodelijk auto ongeluk en ze is in enkele maanden alles kwijtgeraakt. Zelfs het bedrijf van haar overleden ouders is in rook opgegaan. Haar luxe appartement heeft ze moeten verkopen om haar schulden te kunnen betalen. Ze heeft alleen nog maar een autootje met een kleine caravan.Het is koud als Famke ’s morgens uit bed komt. Ze gaat naar één van de vele vijvers die het bos rijk is. Ze baadt zich tussen de salamanders en rode kikkers. Op de kant van de oever staan insectenetende plantjes. Famke bekijkt de plantjes vanuit het water. Ze ziet hoe de plant vliegen vangt. De vlieg gaat op het plantje zitten en valt dan in de kelk van de plant. Famke vind het zielig voor de insecten. Het duurt namelijk best wel lang voor ze dood gaan. Aan het rand van het bos zijn de oevers van de Loire. Famke maakt lange wandelingen langs de oever. Op één van haar wandelingen komt ze langs een wijngaard.Op het bord van de oprijlaan staat “Maison Frederic”. Onder het bord hangt een ander bord met daarop. ‘personnel demandé’, ‘raisins cueilleurs’. Moedig stapt Famke het landgoed op. Bij het kasteel klopt ze op de deur. Er hangt een handje waar je mee kan kloppen. Niemand doet open. Famke loopt om het kasteel de wijngaarden in. Ze ziet in de verte een groepje mensen. Ze zijn bezig met het plukken van druiven. In de oude schuur van het kasteel zit de eigenaresse. Ze heeft een stok in haar handen. De stok heeft de vorm van een V . De vrouw zegt: ‘Je bent precies op tijd’. Famke kijkt verbaast naar de oude vrouw. Ze zegt: ‘We hebben toch niets samen afgesproken. Hoe kunt u mij verwachten?’ De oude vrouw lacht. Ik bezit het kasteel en de grond er omheen. Jij komt hier voor een baantje als druivenplukster. Famke haar mond valt open van verbazing. Dat baantje mag je hebben, maar je moet ook in de leer bij mij. Ik heb gezien dat je een caravan hebt staan in het bos. Ook het bos hoort bij mijn landgoed. Alles wat in het bos gebeurt, weet ik. Alle planten en dieren staan in contact met mij. Famke vindt de oude vrouw griezelig. De oude vrouw staat op en zegt: ‘We moeten naar het dorp. Er is mij gevraagd om met mijn wiggelroede een juiste plek uit te zoeken voor een nieuwe woning.’ Ze legt uit dat het huis op de juiste aardstroom moet staan. Samen lopen ze over de wijngaarden naar de uitgang. De man van de vrouw loopt ook op het landgoed. Hij maakt alle reptielen dood met zijn wandelstok. Aan het uiteinde van de stok zit een grote metalen punt. Op het landgoed komen vele kleine giftige slangen voor. Zonder enige twijfel steekt hij de ijzeren pen door hun kop. De oude vrouw zegt: ’Mijn medewerkers mogen geen gevaar lopen.’ De rillingen lopen Famke over haar ruggengraat. Over het pad liggen allemaal lijkjes van dode slangen. Ze verwondert zich over de grote hoeveelheid slangen. De slangen zijn allemaal lichtbruin met donkere driehoeken op hun huid. Het is een triest gezicht al die dode reptielen. Famke vind het vreemd dat ze er in het bos geen één gezien heeft. Wat trekt de slangen aan op het landgoed? Het dorp waar ze heen lopen, ligt verscholen tussen de vele wijngaarden die het gebied rijk is. De oude vrouw wordt met veel respect behandeld door de dorpsgenoten. Ze laat de V vormige stok zijn werk doen. Iets buiten het dorp geeft de stok aan dat de juiste aardstroom is gevonden. Ze laat de plek markeren met een grote houten paal. In ruil voor haar advies krijgt de oude vrouw geld. Famke is stomverbaasd dat de dorpsgenoten geld betalen aan de oude vrouw. Iedereen gelooft in aardstroom. De oude vrouw vertelt dat er in sommige gebieden zwerfstroom uit de aarde komt. Dit veroorzaakt allerlei kwalen zoals slecht slapen en krampen in de benen. Door de straling kan het lichaam zich niet herstellen. De oude vrouw vertelt aan Famke dat haar kasteel op een kruispunt ligt van aardstroom. Al vele generaties is de kennis doorgegeven. De stroom trekt de reptielen aan. Famke loopt terug naar haar caravan in het bos. Ze wordt omringd door vogels. Ze vliegen af en aan en gaan bij haar voeten zitten. Het is al in de namiddag als ze een bad neemt in de vijver. Ze zwemt tussen de waterlelies. De geur van verse kruiden en bloemen tintelen haar neus. Dan ziet ze op de oever van de vijver een blinkende armband liggen. De armband bestaat uit glimmende rode edelstenen. Ze glinsteren in het zonlicht. Famke zwemt naar de oever en doet de armband om haar arm. Famke wordt volledig gehypnotiseerd door de schoonheid van de armband. De vogels fluiten en zijn zo duidelijk aanwezig. Dit ontroert Famke. De tranen biggelen over haar wangen. Als ze ligt op te drogen in de laatste zonnestralen van de namiddag valt ze in een diepe slaap. Famke droomt over een blauwe slang. De slang wil haar bijten. Uit alle macht vecht ze tegen het beest. Het dier is helderblauw. Met veel moeite weet Famke de kop van de slang vast te pakken. Dan uit het niets verschijnt de oude boer. Hij hakt in een keer de kop van de slang af. De kop is veel groter dan eerst. De oude boer eet de hersenen in de kop op. Famke schrikt wakker en merkt dat ze langs de oever van de vijver ligt. Vlug doet ze haar handdoek om zich heen en loopt terug naar de kleine caravan. In de caravan is het een stuk warmer. Ze krult zich op in haar warme bed en slaapt verder. Midden in de nacht schrikt ze wakker. De caravan heeft zich gevuld met lichtgevende witte vlekken. Ze schieten over en weer in de kleine caravan. Dan vormen zich kleine witte lichtgevende sterretjes. Het licht gaat uit en aan. Als Famke goed kijkt lijken het net elfjes of vliegende wezentjes. Dan in de hoek van de caravan vormt zich een grote zwarte vlek die steeds meer naar Famke toe trekt. Dan uit het niets verschijnt een hoofd van een vrouw. Famke staat oog in oog met een heks. De vrouw haar gezicht is gemeen grijnzend en dan verdwijnt ze in het niets. Zwetend en klam ligt Famke in bed. Haar bed is doorweekt van het zweet. Er zit niets anders op dan uit bed te gaan Ze loopt naar de deur van de caravan en opent deze. Dan ziet ze door de bomen de maan. Om de maan hebben zich ronde wolken gevormd in de kleuren paars en groen. Famke ziet vuur en lichtgevende stralen. De maan staat in brand. Famke loopt naar buiten en kijkt naar de lucht. Het vuur verspreidt zich over de nachtelijke hemel. De donkere lucht licht op. Angst overvalt Famke. Waar kan ze heen vluchten. Haar caravan kan haar niet beschermen. De maan gloeit na. Hij is geheel rood. Famke denkt “Dit is het einde van de aarde”. Dan ziet ze door de lucht vreemde wezens vliegen. Het zijn heksen die op blauwe stralen in de lucht zich voort bewegen. Vlug vlucht Famke haar caravan in. De caravan lijkt op te gaan in lucht. Famke bevindt zich midden in het bos. Ze staat in een kring van heksen. De vloek die over haar familie hangt, is tot een apotheose gekomen. De heksenkring is een eeuwenoud ritueel. Famke verandert langzaam in een heks. Bovennatuurlijke krachten bundelen zich. Uit alle hoeken van het bos verschijnen elfen en kabouters. Iedereen wil aanwezig zijn bij het speciale ritueel. Famke denkt maar aan één ding: ”Rennen en vluchten van de plaats des oordeels”. In het midden van de kring staat een grote koperen kookpot. Uit de pot verschijnen vreemde slierten van kleuren. De groep heksen komt dichter en dichter naar Famke toe. Ze voelt druk op haar borst. Het begint heftig te kloppen. De heks zegt: ”Ik weet wat je voelt. We hebben je laten ontwaken. Je moet het zo zien. De ronde bult in je nek gaat open. Je kunt het voelen als je je hand op je nek en borstkas plaatst. De spirituele kracht die daarvan uitgaat stelt je in staat om je gave uit te oefenen. Het is als een lotus bloem die open gaat.” Door de heksenkring heen vormt zich een lichtgevende gang met aan het einde van de tunnel lichtgevende elfen. Famke voelt de energie door haar lichaam stromen. Ze verliest haar bewust zijn. Als ze ontwaakt ligt ze op haar bed in de caravan. Buiten hoort ze vogels zingen. De zon verwarmt het bos en de vochtige damp en mist lost op in de zonnestralen. Snel neemt Famke een duik in de vijver en kleed zich aan. Ze moet opschieten anders komt ze te laat op haar werk. De wandeling naar het kasteel gaat razend snel. De energie die ze heeft is enorm. De oude vrouw zit al in de schuur op haar te wachten. Ze heeft een grote ronde rieten mand met leren banden. Die doet ze op haar rug. Ze zegt: ‘We gaan vandaag kruiden plukken in mijn kruidentuin.’ 

Foto’s van Toutlemondephotography : op deze foto's rust auteursrecht